kleinergroter

Nieuwsbrief

Lees onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe titels en voordeelacties.

Abonnement

Abonnement

Concertverslag: Xavier Rudd & Inzintaba

Bart Nijman | Concertverslagen | 13 juli 2010

  • 1 ster
  • 2 sterren
  • 3 sterren
  • 4 sterren
  • 5 sterren
Hoewel hij in zijn eentje ook al een complete band zou kunnen vormen, speelt multi-instrumentalist Xavier Rudd sinds het uitkomen van zijn vorige album Dark Shades of Blue (2008) live samen met het Zuid-Afrikaanse ritmeduo Tio Moloantoa (bas) en Andile Nqubezelo (percussie) onder de naam Xavier Rudd and Inzintaba. Op zijn onlangs verschenen album Koonyum Sun spelen de heren ook mee, dus logischerwijs is het trio momenteel wederom gezamenlijk op tournee. Op maandagavond speelde het gezelschap voor een warm doch uitgelaten Tivoli.

Xavier Rudd

It’s fucking hot in here”, roept Rudd halverwege zijn show. Als een Australiër dat al vindt, zal het wel zo zijn. Het kan het publiek echter weinig schelen – naarmate het optreden vordert wordt er steeds uitbundiger geklapt, gezongen en gedanst. Het kan ook eigenlijk niet anders, het trio op het podium speelt verdomd aanstekelijke muziek.

Xavier Rudd is Australiër, vegetariër, activist voor schone zwem- en surfwateren voor de kust van zijn thuisland en actief uithangbord voor de walvisbeschermingsorganisatie Sea Shepherd. Daarnaast komt hij op voor de rechten van Aboriginals (zijn oma was een Aboriginal), zegt hij met geesten te kunnen spreken en – detail – treedt hij altijd op blote voeten op. Deze progressieve levenshouding (of ‘zweverige’, zo je wil ) heeft hem een vrij specifieke groep fans bezorgd, getuige de vele dreadlocks, houten kettingen en kleurrijke rokken in de zaal vanavond. Boven het podium hangten naast een vlag van

Advertentie

Zuid-Afrika ook de Aboriginalvlag en de piratenvlag van Sea Shepherd: voor Rudd zijn muziek en levensopvattingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat blijkt uiteraard ook uit zijn teksten: “Time and time and time we see / These acts against humanity” op Let Me Be, of het (ietwat verongelijkte) “I've seen fast food chains in nearly every place that I go” op Sky to Ground.

Het is uiteraard niet bezwaarlijk dat Rudd zijn muziek gebruikt om een positieve boodschap over te brengen, vooral niet als hij dat op meer dan aanstekelijke wijze doet. De man zelf speelt didgeridoo (de Australische vuvuzela), mondharmonica, percussie, drums, elektrische- en steel guitar én hij zingt, terwijl zijn podiumgenoten op indrukwekkende wijze voor ondersteunende zang en bas-, drum- en bongoritmes zorgen. Het trio legt bas- en ritmelagen weg die met het toevoegen van overwegend simpele gitaarlijntjes steeds leiden tot vrolijke, aanstekelijke liedjes die bovendien ook iedere keer nét lang genoeg gerekt worden om de hele zaal in een prettige trance te brengen.`

Xavier Rudd

Vergelijkingen die zich aandienen wijzen richting Paul Simon in het midden van de jaren ’80 (ten tijde van Graceland) maar ook met Ben Harper of de Dave Matthews Band, al weet Rudd overal wel een zeer eigen mix van van Aboriginal- en Afrikanergeluid aan toe te voegen waardoor het zeer zeker geen imitatie wordt. De enige aanmerkingen die gemaakt kunnen worden zijn op ’s mans zang. Hij heeft het gewoon té druk met al zijn instrumenten, zodat zijn teksten te weinig gearticuleerd zijn om goed verstaanbaar te zijn terwijl de liedjes het iets te vaak moeten hebben van keelklanken – al lokken die dan wel weer reactie uit bij het publiek. Als de band iets na elven het podium verlaat, wordt het laatste meezinglijntje herhaald door heel Tivoli totdat het drietal nog een keer terugkomt om voor een voluit dansende massa écht af te sluiten. Als er al iemand last had van een oranjekater, heeft Xavier Rudd absoluut de juiste geesten aangeroepen om die te verdrijven – en dat was graag gedaan, getuige de brede glimlachen en het onderling geknuffel van de band na afloop van de show.

Gezien: Xavier Rudd and Inzintaba in Tivoli Oudegracht, Utrecht op maandag 12 juli 2010.

Laatste reacties

Er zijn geen reacties.

Reageer