kleinergroter

Nieuwsbrief

Lees onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe titels en voordeelacties.

Abonnement

Abonnement

Verslag: FabrIQ in Den Bosch

Bart Nijman | Concertverslagen | 08 maart 2010

De eerste editie van FabrIQ in Den Bosch, een festival voor intense, experimentele muziek van artiesten die op de rand van doorbreken staan, is zondag zonder twijfel succesvol verlopen. Het concept van ontdekfestivals is in Nederland zeker niet nieuw – denk aan London Calling (Paradiso), Incubate (Tilburg) of Le Guess Who? (Utrecht) – maar heeft er met FabrIQ wel eentje bij die de rand van het muzikale experiment nog dichter opzoekt, zonder overigens in volledige obscuriteit te vervallen. Integendeel, FabrIQ heeft het in zich om na één editie al de ontdekking onder de ontdekfestivals te worden, dankzij een hele mooie lineup en een zonder uitzondering uit liefhebbers bestaand publiek. De belofte van intrigerende muziek is volledig waar gemaakt door FabrIQ en de afstand tussen podium en publiek was daardoor niet vaak zó klein.

Foto: Hans Kreutzer

De samenwerking tussen Belmont Bookings, de Verkadefabriek, poppodium W2 en alternatief café Plein79, allen in Den Bosch, was qua lineup mooi trapsgewijs opgebouwd. Breekbare theatermuziek op het middagprogramma in de Verkadefabriek, publieksparticipatie in de vooravond in W2 en een stevig einde aan de bar in Plein79: het had qua verloop weinig beter ingedeeld kunnen worden.

Foto: Hans Kreutzer
Foto: Tiny Vipers - © Hans Kreutzer

In de Verkadefabriek spelen ’s middags Bosque Brown, Awkward I, Kria Brekkan, Karl Blau, Tiny Vipers en het Zweedse Thus: Owls. Bosque Brown, de artiestennaam van Texaanse zangeres Mara Lee Miller, mag het spits afbijten. Haar verhalende gospel houdt het midden tussen scherp en melancholisch. Het grijpt aan, maar leunt soms iets te veel op stemeffecten, terwijl de schuchterheid van de pianist op het zelfde moment vertedering en een klein beetje verlangen naar wat meer professionaliteit oproepen. Desalniettemin een fijne opener.

Karl Blau, in

Advertentie

de kleine zaal, staat zichzelf live te sampelen, terwijl het licht boven het publiek aan moet blijven van ‘m. Dat praat wat makkelijker met de aanwezigen. Ondertussen zingt hij liedjes die losjes overkomen maar vaak van een dubbele bodem voorzien zijn. Althans, voor wie de interpretatie opzoekt. Gewoon luisteren kan ook, naar deze eerste van vele mannen met baarden die er vandaag voorbij komen.

Foto: Hans Kreutzer
Foto: Amanda Bergman en Kristian Matsson - © Hans Kreutzer

Grote bijzonderheid van de zondag is het Fabriqsgeheim. Met een oude Amerikaanse Greyhound-bus wordt een select groepje festivalbezoekers naar de DMT-loods vervoerd, waar een kunstenaarscollectief huist. Onderweg wordt er gezongen in de leuk aangeklede bus, ter plekke in de loods worden de festivalgangers verrast door een kort maar spannend optreden van Kristian Matsson (The Tallest Man On Earth) met Amanda Bergman (Jaw Lesson) die Paul Simon's Graceland zingen. Daarna zingt het – bebaarde – drietal van Megafaun een nummer (The Longest Day) voordat alle vijf de artiesten gezamenlijk het geheim volledig ontsluiten en de bezoekers terug de bus in gedirigeerd worden. Het was een bijzonder kwartiertje.


Helaas staat er bij terugkomst in de Verkadefabriek al een rij voor de overvolle kleine zaal, waar Tiny Vipers optreedt. Even een drankje en dan gaan zitten voor het Zweedse Thus:Owls in de grote zaal dus. “Let's grab a pen and write some rules down for love”, zingt zangeres Erika Alexandersson. Van een zacht en breekbaar begin (met dwarsfluit) wordt het geheel steeds symfonischer en gelaagder onder duidelijke aanvoering van de zangeres met de porceleinen stem. Logisch dat er in de zaal, waar 300 mensen in passen, ook mensen op de trappen zitten en bij de deuren staan.

Wegens overlap in planning steken we halverwege Thus:Owls toch over naar de overkant, naar W2, om het Amerikaanse Cedarwell aan het werk te zien. Een kapotte microfoon zorgt voor een onverwachte bonus als zanger Erik Neave het nummer dan maar zonder het ding afmaakt. Het kan op FabrIQ, waar het fijne publiek weet dat het op zo’n moment even muisstil moet zijn. Pas aan het einde van het nummer roept iemand van achter uit heel hard ‘Mooi!’ – waarmee het hele optreden van Cedarwell meteen in één woord gevat is. Het is duidelijk waarom ze in thuisstaat Wisconsin onder de local heroes geschaard worden, want de heren weten het publiek ook mét gebruik van microfoons goed op de hand te krijgen. De opstelling vóór in plaats van óp het podium helpt daar ook wel aan mee trouwens (“We're from Wisconsin so they won't let us on the stage”). Binnenkort nogmaals te aanschouwen in Tilburg.

Foto: Hans Kreutzer
Foto: Thus:Owls - © Hans Kreutzer

Wie vervolgens wel op het podium mag, is The Tallest Man On Earth. Echt een te ontdekken act is deze Zweedse singer-songwriter niet meer (hij stond afgelopen zomer al op Lowlands), maar ook FabrIQ heeft een headliner nodig – en Kristian Matsson misschien nog net één duwtje. Op FabrIQ is hij voor velen een hoogtepunt in ieder geval. Goede teksten, een indringende stem en een doorleefde performance: TTMOE lost alle verwachtingen in, and then some.


Vervolgens komt Megafaun, de volgende Amerikaanse ‘polderband’, het festival samenvatten. In muziek, maar ook in uitspraken. Het drietal dat is ontstaan uit DeYarmond Edison, maar toen zanger Justin Vernon vertrok om als Bon Iver verder te gaan, is de rest doorgegaan onder een nieuwe naam en vooral met nieuwe inspiratie. Behalve begenadigde en sympathieke muzikanten die soms klinken als Crosby, Stills & Nash maar net zo makkelijk zweterige kroegblues in een sloom ZZ Top-formaat produceren, zijn de heren – met baarden, uiteraard – ook kundige observanten. Zo roemen ze FabrIQ om de manier waarop ‘dit soort acts samenkomen op zo'n prachtig festival’, dragen ze een liedje op aan de organisatie (hoe vaak maak je dat mee?), merken ze op dat het publiek duidelijk uit muziekliefhebbers bestaat en danken ze iedereen voor de aandacht tijdens alle acts. Allemaal spijkers op de kop – misschien hadden de heren dit verslag wel zelf willen schrijven. In de toegift komt Kristian Matsson er nog even bij en zingt het viertal (met de hulp van het publiek) nog even zonder microfoons door. Zelfs een YouTube-filmpje daarvan geeft al kippenvel. Wat FabrIQ betreft zorgde het drietal optredens in W2 in ieder geval voor de exacte duiding van het festival: echte muziekliefhebbers onder elkaar, en bands die daar niet tegenover maar tussenin staan.

Foto: Hans Kreutzer
Foto: Megafaun - © Hans Kreutzer

Na W2 is het nog niet voorbij, want ook in Plein79 treden nog drie bands op. De eerste, het Amsterdamse Wooden Constructions, wordt gemist wegens pendelen naar Plein én toch nog even wat eten. Dat laatste is wellicht een puntje van aandacht voor de organisatie: al is het maar een broodje Unox, iets meer service in de categorie voedselvoorziening zou geen kwaad kunnen, zeker gezien de strakke muziekprogrammering. Eten halen betekent kostbare muziektijd inleveren. Maar soit, na een verlate warme hap zijn we Plein79 binnen voor de voorlaatste act DD/MM/YYYY (spreek uit: Day Month Year) ten tonele verschijnt. Deze Canadezen spannen de FabrIQskroon als het op experimenteel aan komt. Ineens gebeurt er vanalles op de vierkante meter. Terwijl ze rafelige noise produceren, met vele hints naar 90s punk, staat de drummer te springer achter zijn kit, bespeelt de toetsenist een keyboard dat achterstevoren staat en zit de zanger op zijn knieën sax te spelen in een microfoon die op de grond ligt. En nét als je denkt dat je het een beetje door krijgt, gaat de gitarist drummen, de drummer toetsen bedienen en de toetsenist gitaar spelen. Verwarring alom – maar de band is kundig en geïnspireerd. Grafherrie met een idee, betekent dat in één zin. Of in beeld: Erika Alexandersson van Thus: Owls staat er ook op te kijken. Met de vingers in haar oren.

Foto: Hans Kreutzer
Foto: DD/MM/YYYY - © Hans Kreutzer

Het Utrechtse Stairs to Nowhere mag dan een einde aan de eerste editie (van hopelijk nog velen) van FabrIQ breien. Dubbel gedreven percussie maakt het geheel enorm aanstekelijk, maar de stem van zanger Bram Colijn klinkt wat minder, al kan dat aan de geluidsinstellingen gelegen hebben, waar de band wat problemen mee had. Maar goed, probeer alles na zoiets als DD/MM/ YYYY maar weer eens goed te zetten... Helaas moeten we voor het einde afhaken in verband met de dienstregeling van NS. Tja, liefde en de laatste trein gaan nou eenmaal niet samen.

Gezien: FabrIQ – Festival for Intrusive Music in de Verkadefabriek, W2 en Plein79 in Den Bosch op zondag 7 maart 2010.

Website:
www.w2.nl


Laatste reacties

Er zijn geen reacties.

Reageer