kleinergroter

Concertverslag: John Mayer

Bart Nijman | Concertverslagen | 14 januari 2010
Reacties(5)

  • 1 ster
  • 2 sterren
  • 3 sterren
  • 4 sterren
  • 5 sterren

Foto: Anneke Ruys

Sommige mensen omschrijven hem vanwege zijn soms mierzoete popliedjes als een geëvolueerde versie van Jack Johnson en vragen zich af hoe vaak iemand in zijn liedjes zijn hart überhaupt kan breken, terwijl een ander nog ademloos zou luisteren als hij het telefoonboek op zou zingen. Weer anderen roemen hem juist om zijn live performances en zijn virtuoze gitaarkunsten. Samen bewijst het dat Grammywinnaar John Mayer van alle markten thuis is en een goed ontwikkelde neus voor hits feilloos weet te combineren met een bijzondere behendigheid op de gitaar. De Heineken Music Hall is woensdagavond gevuld met mensen die op beide eigenschappen zijn afgekomen – en niemand wordt teleur gesteld.


Mayer spreekt met zijn muzikale dubbele bodem dus een lekker breed publiek aan, want de uitverkochte Amsterdamse popzaal is gevuld met een gemêleerd publiek dat begint bij jonge meisjes die onder begeleiding van hun ouders op het concert zijn afgekomen en ophoudt bij mannen die de muzikale jaren ’60 van dichtbij beleefd hebben. Met het tentoonspreiden van een prettige nonchalance overtuigt de Amerikaan ook nog eens al die leeftijdscategorieën, van de ‘I love you!’ schreeuwende meisjes tot de luchtgitaar spelende ‘oudjes’.

Foto: Anneke Ruys
Foto: © Anneke Ruys

Met toegankelijke pophits als Daughters, Waiting on the World to Change en Gravity heeft de singer-songwriter zichzelf naar een miljoenenverkoop geholpen, maar dat wil niet zeggen dat hij zijn ziel verkocht heeft aan de commercie: de muziek gaat bij hem nog vóór alles. In die aparte mix zit de kracht van zijn liveshows. Terwijl Mayer de ene helft van zijn publiek vlijt met liefdesliedjes, is de andere helft afgekomen op zijn gitaarkunsten, zijn goede vijfkoppige band (plus twee achtergrondzangeressen) en zijn geloften van trouw aan oude (blues)helden. Ondanks zijn charisma kaapt Mayer bovendien nergens op eigen ego de show door ten eerste zijn band regelmatig de ruimte te geven om op de voorgrond te treden, maar ook door vaak van zijn eigen repertoire af te wijken met (al dan niet in zijn eigen nummers verwerkte) blues- en soulcovers van James Brown (Sex Machine), Cream (Crossroads), Otis Redding (Dreams to Remember) en Tom Petty (Free Fallin’).

Pagina: 1 - 2


Bookmark and Share