kleinergroter

Nieuwsbrief

Lees onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe titels en voordeelacties.

Abonnement

Abonnement

Concertverslag: London Calling (vrijdag)

Bart Nijman | Concertverslagen | 23 november 2009
Reacties(1)

Het ‘ontdekfestival’ London Calling wordt sinds 1992 tweemaal per jaar gehouden in het Amsterdamse Paradiso en heeft een mooie reputatie waar het (Britse) bands ontdekken betreft. Skunk Anansie, Blur, Snow Patrol en Franz Ferdinand, om er een paar te noemen, stonden al in de poptempel voordat de rest van de wereld wist wie ze waren. De laatste jaren wordt het festival steeds populairder en drukker, mede door een langer wordende line-up. Er valt natuurlijk ook heel wat te ontdekken op muziekgebied, maar afgelopen vrijdag werd ook duidelijk dat het qua drukte en planning dan wel eens wat rommelig kan worden. Vooral de kleine zaal boven was niet altijd even goed bereikbaar en liep na één optreden al naast z’n tijdschema. Muzikaal was het echter een avond die voldoening bracht.

Vroeg in de avond opent de eerste avond van het tweedaagse festival met King of Spain, in de kleine zaal. Folksy met een zonnige inslag zingen de Londenaren over de Flaming Lips en meisjes uit Brazilië voor een nog rustig Paradiso. Met verontschuldigingen voor 't weer dat ze hebben meegebracht uit London. Het is goedbedoeld, maar geen revelatie. Muzikaal solide maar zeker niet spannend, en ook de podiumhouding is mat. Of zou het komen omdat zanger Bayly Pike roept in plaats van zingt, en zelfs dat niet altijd even zuiver doet?
2,5/5

Ook in de bovenzaal volgt na de Spaanse koning het Zweedse vijftal Sad Day for Puppets. De wat vreemde muur van gitaren en effecten klinkt bijna boosaardig, maar staat wel stevig. Shoegazer zoals het hoort. Maar dan is er zangeres Anna. In een instrumentale storm zou zij er voor moeten zorgen dat ze als een nimf schepen doet verdwalen

Advertentie

en ze op de rotsen laat lopen: de muziek is er alvast uitermate geschikt voor. Maar al klinkt ze er lief en verleidelijk genoeg voor, ze mist heel veel kracht. Te verlegen, dat is het probleem. In de perskit zat een bandfoto die genomen was in een speeltuin en de gedachte dat de band daar zangeres Anna toevallig opgedaan heeft laat zich niet onderdrukken. Dat moet echt feller en brutaler. Omdat het programma op dit tijdstip (het is pas half acht) al is uitgelopen, stroomt de zaal dan ook vlot leeg.
3,5/5

Beneden wachten namelijk de Schotten van We Were Promised Jetpacks. Pop ontmoet postrock in een geluid dat klinkt als ware het Joy Division, maar daar de frisse moed van Bloc Party overheen legt. Vol gas, met enthousiasme en schwung legt het viertal aan met gitaargeweld dat voor een eerste hoogtepunt zorgt. Aan de hand van een foutloze drummer speelt de band een snaarstrakke set. Het lijkt pretentieloos maar er zitten volop ideeën achter de muziek van de band die al sinds 2003 bestaat maar pas deze zomer debuut (en aanrader) These Four Walls uitbracht. Maar zonder plan kom je ook niet met een xylofoon op de proppen natuurlijk, een leuke vondst die zelfs nog wat toe weet te voegen. De onomatopoeia uit songtitels als Short Bursts en An Almighty Thud blijken live de muziek prima weer te geven. Eén minpunt: zanger Adam Thompson weet zich soms geen raad met zijn stem en gaat van overschreeuwd naar iets te zwak. Maar toptracks als It's Thunder And It's Lightning en (vooral) Quiet Little Voices blijven ondanks zang stevig overeind. Dit zou zomaar een succes kunnen worden.
4/5

Wederom een verwijzing naar Joy Division, maar dan op z’n meest gothisch, verdient vervolgens A Place To Bury Strangers. Amerikanen uit Brooklyn en ook nog eens voor de tweede keer op London Calling, dat klopt eigenlijk niet. Ze weten echter wel indruk te maken, maar ook weer niet per sé positief. Muzikaal is ook moeilijk te zeggen wat ze nou precies willen. Ritmische openingen met shoegazeverwijzingen ontbranden in felle postpunk met onverstaanbare zang van zanger/gitarist Oliver Ackermann. Het gaat iets te ongecontroleerd los, maar het gaat wel in een 'doe mee'-ritme. Klinkt dit wispelturig? Dat klopt, het blijft namelijk allemaal een beetje op teveel gedachten hangen. Drive heeft de band absoluut (getuige het gooien met zijn gitaar van Ackermann), maar richting? Weinig. Wat een chaos af en toe. Desalniettemin is de felheid wel iets dat blijft hangen, zelfs tot lang na het optreden, dus overtuigend was het blijkbaar wel. Moeilijk, heel moeilijk. Maar ook: veelbelovend, heel veelbelovend. Zodra ze live wat meer richting gevonden hebben tenminste.
3/5

Boven is The Twilight Sad dan aan de beurt. Schotten wederom, maar beduidend minder optimistisch dan We Were Promised Jetpacks. Nóg meer somberheid à la Joy Division dient zich aan als het duidelijke ‘terug naar toen’-verlangen van de huidige generatie (Britse) indiebands een duidelijk thema van deze editie van London Calling begint te vormen. The Twilight Sad toerde al met oude rotten Mogwai en speelt eigenlijk hun spel, maar dan met zang. Die toevoeging maakt duidelijk wat Mogwai zonder tekst al jaren doet: vertellen dat de wereld een plek vol ellende en zielepijn is. Maar voor goede verstaanders is dat wel verslavend lekker om aan te horen.
4/5


De beurt is daarna beneden aan de band die headliner had moeten zijn: Het meer dan veelbelovende Alberta Cross. Het drietal vat deze editie van London Calling soepel samen qua herkomst, want zanger/gitarist Petter Stakee is een Zweed, bassist en mede-oprichter Terry Wolfers een East Ender en de band heeft New York als thuisbasis. Voila, cirkel rond. In september kwam full length debuutalbum Broken Side of Time uit en daarop ontmoeten Kings of Leon Neil Young. Need we say more? De combinatie van rauwe bluesrock met folk wordt door het vijftal vol overgave weggezet. Het is niet nieuw natuurlijk, maar dit genre overleeft niet voor niets al een halve eeuw. Afwisselend snel en slepend, samengebonden door de hoge pitch in de stem van Stakee, weet de band te overtuigen, al galmt er wel het één en ander tijdens de set. Sloom klappen op Rise From the Shadows of flink uithalen op afsluiter ATX, Alberta Cross is een band met een ziel en – hopelijk – een glanzende toekomst. Hun genre kon, hoe goed het de tand des tijds ook doorstaat, nieuwe aanvoer prima gebruiken naast relatieve nieuwkomers Kings of Leon en het herrezen Wolfmother. Deze heren kunnen het aan.
4/5

Met Esser eindigt de vrijdagavond voor Muziek.nl. Eerste gedachte: Dit had programmatechnisch gezien beter omgewisseld kunnen worden met Alberta Cross. Na wat opstartproblemen (een weigerende microfoon) wil het laatste optreden van ’s mans tour rond zijn album Braveface niet meer van de grond komen. Glimmende kuif Ben Esser heeft sexappeal, maar het geheel hangt vanavond teveel van sampletjes aan elkaar. Waar de act bedoeld is om een nachtelijk feestsfeertje op gang te brengen met dubstep en wat Caribische bijgeluiden, lukt het Esser niet om de zaal mee te krijgen. Zelfs hitsingle Headlock maakt weinig los in Paradiso. Maar hij doet ook gewoon niet voldoende zijn best. Als hij uitgerust is, mag hij terugkomen voor een tweede kans.
2/5

Gezien: London Calling in Paradiso Amsterdam op vrijdag 20 november 2009 (eerste avond).




Laatste reacties

Thomas | 23-11-09 | 13:07

Alberta Cross was overduidelijk de beste band van de avond. Super strak en geweldige nummers. Esser was inderdaad teleurstellend. Lijkt me best leuke muziek maar de band en Esser zelf speelde veelste slapjes. Ik was meer bezig met de ruzie tussen de drummer en geluidsman (dat zegt genoeg denk ik...)

Reageer