Categorieën
Agenda
- 31-07
- TV: Live from...
- 31-07
- TV: Wintertijd
- 31-07
- TV: Sticky &a...
- 31-07
- TV: 2 Meter S...
- 02-08
- Slayer
- 02-08
- Papa Roach + ...
- 03-08
- Slayer
Wolfmother – Cosmic Egg
Bart Nijman | Albumrecensies - Rock | 09 november 2009
In 2005 gooide het Australische trio Wolfmother hoge ogen met op Led Zeppelin, Black Sabbath en een vleugje Bowie geënte klassieke hardrock, vaak ook wel onder het vrij nieuwe label ‘neo-psychedelia’ geschaard. Hun titelloze debuut werd zeer goed ontvangen, de stem van zanger en voorman Andrew Stockdale maakte indruk en eerste single Woman werd onmiddellijk een (Grammy winnende) klassieker. Dankzij vele, goed herkenbare invloeden én de stem van Stockdale leek het wel of iedereen Wolfmother kon waarderen – leren jasjes en zwarte Levi’s waren geen voorwaarde. Maar na de snelle opkomst werd het bijna net zo vlot weer stil rond de band. Totdat eind oktober Cosmic Egg uitkwam.
Een jaar geleden gingen Stockdale en zijn bandkameraden Chriss Ross en Myles Heskett vrij plotseling hun eigen weg, wegens “onoverkomelijke persoonlijke en muzikale verschillen.” Krullenbol Stockdale nam de naam Wolfmother mee en scharrelde in januari van dit jaar een nieuwe band bij elkaar, ditmaal een kwartet. Prima muzikanten, al is de rauwe rand die Ross en Heskett verzorgden wel een beetje verdwenen. Ook het productiewerk is daar debet aan, want Cosmic Egg – een titel die ontleend is aan een yogahouding – is brandschoon. Populair klinkende opener California doet denken aan U2 op speed en legt meteen dat gladde, schone productiewerk bloot. Het titelloze debuut van Wolfmother was beduidend gruiziger en desondanks een groot succes – met deze mooi glimmende schijf kiest Stockdale eieren voor zijn geld door het risico uit te sluiten dat het een tweede keer op dezelfde manier niet lukt.
Door de soepele productie is de cd lekker inspanningsloos te beluisteren, de stem van Stockdale is zeer goed te verstaan, de melodietjes zijn pakkend en het gitaarspel is overwegend behapbaar simpel met af en toe een gevleugelde uithaal of een meer hoogvliegend probeersel. Wat een saaie plaat is het eigenlijk, als je het zo bekijkt. White Feather, New Moon Rising, na de opener gaat het album losjes verder met recht door zee nummers. Een track als Far Away, halverwege de plaat, begint zelfs bijna lieflijk slaapliedjesachtig, met een zachtmoedige zanglijn. Een beetje als Eels op antidepressiva.
Toch zijn het bombast van Led Zeppelin en het melancholieke van Black Sabbath van de eerste plaat wel gebleven op Cosmic Egg, je moet er soms alleen wat meer naar zoeken (want verwijst die regenboog op de hoes nou naar Pink Floyds Dark Side of the Moon?). Maar dan kom je bijvoorbeeld Pilgrim tegen, dat zo uit het midden van de jaren ’70 zou kunnen stammen en helemaal dat jasje aantrekt wat bij Wolfmother past. Ook Bowie’s glamrockinvloeden komen uit het ei (op In the Castle, bijvoorbeeld). Stockdale speelt trouwens wel spelletjes met zijn luisteraars, want steeds als je een link kunt leggen met een band of artiest uit het verleden, neemt ’s mans eigen inbreng het over en twijfel je meteen of hij nou probeert om de herkenbaarheid van Zeppelin en Ozzy vast te houden of dat hij toch een poging wil doen om een eigen band met een eigen geluid bij elkaar te scharrelen.
Het maakt de plaat lastig te beoordelen. Ja, het debuut was rauwer en (daarom) misschien wel wat interessanter. Maar het muzikale leentjebuur dat Wolfmother op Cosmic Egg ook weer toepast, maakt je snel vertrouwd met het album. Die herkenning voegt daarnaast eerder toe aan het niveau dan dat het als een goedkope kopie klinkt, vooral omdat de band er wel een duidelijk eigen draai aan probeert te geven. De schone productie is eigenlijk ook helemaal niet erg, want het doet een andere eigen kracht van Wolfmother veel goed: het fantastische stemgeluid van Stockdale, dat ook zeker debet is aan het snel vertrouwd raken met de plaat. Tenslotte: waarom zou een hardrockplaat ontoegankelijk moeten zijn of niet lekker in het gehoor mogen liggen? Bij iedere nieuwe draaibeurt neemt het luisterplezier toe – tot je ineens beseft dat een oordeel vellen helemaal niet moeilijk is: Cosmic Egg is gewoon een sterke tweede leg.
Aanvullende info:
Label: Universal/Modular
Speelduur: 53:40
Website:
www.wolfmother.com
Een jaar geleden gingen Stockdale en zijn bandkameraden Chriss Ross en Myles Heskett vrij plotseling hun eigen weg, wegens “onoverkomelijke persoonlijke en muzikale verschillen.” Krullenbol Stockdale nam de naam Wolfmother mee en scharrelde in januari van dit jaar een nieuwe band bij elkaar, ditmaal een kwartet. Prima muzikanten, al is de rauwe rand die Ross en Heskett verzorgden wel een beetje verdwenen. Ook het productiewerk is daar debet aan, want Cosmic Egg – een titel die ontleend is aan een yogahouding – is brandschoon. Populair klinkende opener California doet denken aan U2 op speed en legt meteen dat gladde, schone productiewerk bloot. Het titelloze debuut van Wolfmother was beduidend gruiziger en desondanks een groot succes – met deze mooi glimmende schijf kiest Stockdale eieren voor zijn geld door het risico uit te sluiten dat het een tweede keer op dezelfde manier niet lukt.
Door de soepele productie is de cd lekker inspanningsloos te beluisteren, de stem van Stockdale is zeer goed te verstaan, de melodietjes zijn pakkend en het gitaarspel is overwegend behapbaar simpel met af en toe een gevleugelde uithaal of een meer hoogvliegend probeersel. Wat een saaie plaat is het eigenlijk, als je het zo bekijkt. White Feather, New Moon Rising, na de opener gaat het album losjes verder met recht door zee nummers. Een track als Far Away, halverwege de plaat, begint zelfs bijna lieflijk slaapliedjesachtig, met een zachtmoedige zanglijn. Een beetje als Eels op antidepressiva.
Toch zijn het bombast van Led Zeppelin en het melancholieke van Black Sabbath van de eerste plaat wel gebleven op Cosmic Egg, je moet er soms alleen wat meer naar zoeken (want verwijst die regenboog op de hoes nou naar Pink Floyds Dark Side of the Moon?). Maar dan kom je bijvoorbeeld Pilgrim tegen, dat zo uit het midden van de jaren ’70 zou kunnen stammen en helemaal dat jasje aantrekt wat bij Wolfmother past. Ook Bowie’s glamrockinvloeden komen uit het ei (op In the Castle, bijvoorbeeld). Stockdale speelt trouwens wel spelletjes met zijn luisteraars, want steeds als je een link kunt leggen met een band of artiest uit het verleden, neemt ’s mans eigen inbreng het over en twijfel je meteen of hij nou probeert om de herkenbaarheid van Zeppelin en Ozzy vast te houden of dat hij toch een poging wil doen om een eigen band met een eigen geluid bij elkaar te scharrelen.
Het maakt de plaat lastig te beoordelen. Ja, het debuut was rauwer en (daarom) misschien wel wat interessanter. Maar het muzikale leentjebuur dat Wolfmother op Cosmic Egg ook weer toepast, maakt je snel vertrouwd met het album. Die herkenning voegt daarnaast eerder toe aan het niveau dan dat het als een goedkope kopie klinkt, vooral omdat de band er wel een duidelijk eigen draai aan probeert te geven. De schone productie is eigenlijk ook helemaal niet erg, want het doet een andere eigen kracht van Wolfmother veel goed: het fantastische stemgeluid van Stockdale, dat ook zeker debet is aan het snel vertrouwd raken met de plaat. Tenslotte: waarom zou een hardrockplaat ontoegankelijk moeten zijn of niet lekker in het gehoor mogen liggen? Bij iedere nieuwe draaibeurt neemt het luisterplezier toe – tot je ineens beseft dat een oordeel vellen helemaal niet moeilijk is: Cosmic Egg is gewoon een sterke tweede leg.
Aanvullende info:
Label: Universal/Modular
Speelduur: 53:40
Website:
www.wolfmother.com
Meer Albumrecensies
- 29/07
- Victor Démé - Deli
- 27/07
- Rox - Memoirs
- 27/07
- Jammer - Jahmanji
- 26/07
- The Roots - How I Got Over
- 26/07
- Nas & Damian Marley - Distant Relatives
- 23/07
- Southside Johnny and The Asbury Jukes – Pills And Ammo





Laatste reacties