kleinergroter

Nieuwsbrief

Lees onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe titels en voordeelacties.

Abonnement

Abonnement

Essentieel: Coldplay

Tom van Nuenen | Achtergrondartikelen | 01 september 2010

Het verhaal van Coldplay is er een van effectiviteit. Met twee albums in pacht waren Chris Martin en de zijnen al de grootste band van Engeland. Nu, na vier studioalbums, behoren ze ongetwijfeld tot de groten van de popmuziek. Critici noemen het bedplassersrock, maar met meer dan 50 miljoen verkochte albums lijken een hoop mensen daar anders over te denken. Tijd voor een terugblik.

Coldplay

Coldplay ontstond in 1996 op de Universiteit van Londen, waar Chris Martin en gitarist Johnny Buckland elkaar leerden kennen tijdens de introductieweek. Later kwamen hier bassist Guy Berryman en multi-instrumentalist Will Champion bij en de bezetting was compleet. Chris Martin schijnt in die tijd overigens ook nog aan Tim Rice-Oxley, de toetsenist van Keane, gevraagd te hebben of hij mee wilde doen, maar die was al bezet. Het kwartet, dat in de begindagen nog Starfish heette, speelde vooral in kleine clubs rond Londen maar zette vanaf 1998 een groeispurt in die ze in een paar jaar wereldberoemd zou maken.

Safety EP (1998)
Met 200 exemplaren was de Safety EP bedoeld als demo; het gros is dan ook naar platenbazen gestuurd. Inmiddels betaalt men al meer dan 2000 euro op eBay voor deze rariteit. Dit album toont aan waarom Coldplay indertijd vooral vergeleken werd met Radiohead en Jeff Buckley. De drie liedjes op

Advertentie

de demo zijn donker en atmosferisch, en worden gekenmerkt door de falsetto waar Martin vooral op de eerdere albums gretig gebruik van maakte. Vooral No More Keeping My Feet On The Ground laat zien hoe groot de invloed van de vroegere Radiohead was. De andere twee nummers op de demo, Bigger Stronger en Such a Rush, zouden later nog terugkeren op de derde EP van de Britten.
Sleuteltrack: Bigger Stronger

Coldplay

Brothers & Sisters EP (1999)
De band werd door de Safety EP getekend bij het Fierce Panda label, waar ze vervolgens in april 1999 hun eerste single uitbrachten; de Brothers & Sisters EP. Het gelijknamige nummer werd door radiozenders opgepikt en bereikte nummer 107 in de Britse single charts. Het nummer is behoorlijk up-tempo en toont de popsensibiliteit van Coldplay. Maar het is vooral een ander nummer op de single, Easy to Please, waar Coldplay steeds meer klinkt zoals ze dat op Parachutes doet: klein, akoestisch, en melancholisch. Een voorzichtige piano kan al onderscheiden worden en de fluisteringen van Martin galmen in de verte.
Sleuteltrack: Easy to Please

The Blue Room EP (1999)
Na de eindexamens sloot Coldplay haar volgende contract af bij Parlophone, en zo bleef de ster maar rijzen. Het eerste product van dit platencontract was de Blue Room EP in oktober 1999. Twee nummers van de Safety EP worden opnieuw ingespeeld, en twee nieuwe nummers, Don’t Panic en High Speed, zouden later weer terugkeren op Coldplay’s eerste volwaardige album. Het Nick Drake-achtige See You Soon dat ook op de EP te horen is, is misschien wel Coldplay’s meest onbekende parel.
Sleuteltrack: Don't Panic


Parachutes (2000)
In maart 2000 verscheen vervolgens Coldplay’s debuutalbum, Parachutes, dat een logisch gevolg is van de sound die de band op haar eerste EP’s had ontwikkeld. Bijna een folkalbum, met zijn sobere teksten en westerngitaren. Het thema van de verloren liefde werd in tien nummers bij de lurven gegrepen en niet meer losgelaten. Vooral op nummers als Sparks en We Never Change laat Martin zijn demonen de vrije loop. Dit resulteerde in een paar van de beste songs die de band vooralsnog geschreven heeft. De bombast waar latere albums zich door zouden laten kenmerken is nog volledig afwezig en de nummers schitteren in hun (schijnbare) eenvoud. De enige twee rocknummers zouden overigens beiden top-40 singles worden. Allereerst Shiver, een walsend akoestisch rocknummer, en vervolgens Yellow, dat de definitieve doorbraak voor de band zou betekenen. Het meezinggehalte was hoger dan ooit en de simpele videoclip van Martin op een strand in december was behoorlijk aandoenlijk. Ook de pianoballade Trouble deed het goed in de hitlijsten. Het album werd door dit succes vervolgens ook in Amerika uitgebracht; de band werd ook overzees gestaag populairder.
Sleuteltrack: Yellow

A Rush Of Blood To The Head (2002)
De vraag was of Parachutes het hoogtepunt was. Nieuwe fans keken reikhalzend uit naar het tweede album. En waar veel bands last hebben van het 'moeilijke tweede album syndroom'  sloeg de band in 2002 de spijker op de kop met A Rush Of Blood To The Head. De ware potentie van Coldplay werd nu pas echt duidelijk. De folk was weg; al vanaf de eerste akkoorden van Politik stond de epische toon van het album vast. Politiek engagement, het grote gebaar en een fikse dosis galm waren nieuwe sleutelbegrippen. En dit wierp zijn vruchten af: de band liep in 2003 weg met een Grammy voor het beste alternatieve rockalbum en verzilverde Clocks tijdens de Grammy Awards het jaar daarna in de categorie Record of the Year. De eerste grote tour volgde die de band over vijf continenten voerde waaronder Rock Werchter in België. Ondertussen werd de radioaandacht vastgehouden met hits als In My Place, The Scientist en vooral Clocks, dat het afgelopen jaar nog op 2 belandde in de Nederlandse top 1000 aller tijden. Een groot succes dus, al meende gitarist Peter van Wood dat dit niet geheel aan de band zelf toe te schrijven was. Hij klaagde Coldplay aan omdat Clocks hetzelfde nummer zou zijn als zijn Caviar and Champagne uit 1982. De rechter dacht hier echter anders over en stelde Coldplay in het gelijk.
Sleuteltrack: Clocks

X&Y (2005)
Drie jaar later, in juni 2005, kwam X&Y uit na een flinke vertraging. Ken Nelson, de producer van de vorige albums, werd vervangen door Danton Supple en van de zestig nummers die de band had geschreven werden er meer dan vijftig naar de prullenbak verwezen. Op de nummers die het album wel haalden werd duidelijk dat Coldplay vooral leentjebuur had gespeeld bij elektronica-artiesten uit de jaren ’70. Talk, met een videoclip van Anton Corbijn, recyclede een melodie van Kraftwerk, Brian Eno speelde een synthesizerpartij in op Low, en Speed of Sound was geïnspireerd door Running Up That Hill van Kate Bush. Daarnaast waren de steeds duidelijker wordende U2-invloeden ook niet van de lucht: bijna elk nummer kende een climax die thuishoorde in de grotere stadions.
Maar de pers was dit keer, ondanks dit bolwerk van invloeden en de drang naar epiek, niet onverdeeld gecharmeerd. Fix You was niets meer dan wat nieuwe akkoorden over het idee achter The Scientist, en Speed of Sound klonk wel heel erg als een geupdate versie van Clocks. De teksten van Martin bleven dit keer ook opvallend vaak steken in clichés gezien het feit dat hij getrouwd was en zijn eerste kindje kreeg met actrice Gwyneth Paltrow was er in elk geval weinig ruimte meer voor hartzeer. Desondanks was ook dit album commercieel gezien een succes: het blijft het best verkochte album ter wereld van 2005 met 9,4 miljoen exemplaren.
Sleuteltrack: Speed of Sound

Coldplay
Foto: Coldplay in het Goffertpark - © Hans Kreutzer

Viva la Vida or Death and All His Friends (2008)
In oktober 2006 begon de band te werken aan Viva La Vida or Death and All His Friends. Inmiddels hadden drie van de vier bandleden kinderen gekregen, en men begon zich af te vragen hoelang het nieuwe album op zich zou laten wachten. In 2008 was het echter zover; Viva la Vida werd voorafgegaan door de eerste single Violet Hill, een stampvoetend bluesnummer dat niet geheel in de lijn der verwachtingen lag van een band die Brian Eno als producer had aangetrokken. Het album was vernoemd naar een schilderij van Frida Kahlo en betekende het zoveelste succes voor de Britten. Dit keer kwamen de invloeden uit een heel andere hoek, vertelde Martin in interviews: Spanje en Latijns-Amerika. De Spaanse titel daargelaten bleek het met die invloeden nog redelijk mee te vallen. Wat eerder opviel was de songstructuren die in veel gevallen minder voor de hand liggend waren. Nummers als 42 en Yes waren opgedeeld in verschillende episodes en het album is daarmee voor Coldplay behoorlijk experimenteel. Niet dat er geen conventionele hits op Viva la Vida staan: vooral de titeltrack is een bijna kitscherige opeenstapeling van strijkers met een gigantisch meezingrefrein. Daarnaast behoorden de universele thema’s als liefde en oorlog wel degelijk toe aan een stadionband. Het album sleepte dan ook de Grammy voor beste rockalbum van 2009 in de wacht en eindigde in meer dan een handvol jaarlijstjes van muziekjournalisten.
De critici waren verder grotendeels tevreden over het album, maar dit keer kwam er wederom kritiek van een andere artiest: gitarist Joe Satriani klaagde de band aan omdat de zangpartij van het nummer Viva La Vida wel erg veel leek op zijn gitaarsolo in If I Could Fly. Wederom stelde Coldplay dat dit een kwestie van toeval was.
Sleuteltrack: Viva La Vida

Prospekt’s March (2008)
De opvolger van Viva La Vida liet niet lang op zich wachten. De EP Prospekt’s March bestond vooral uit overgebleven nummers van de sessies die voorafgingen aan het vorige album. Het bevat een versie van Lost met een rappende Jay-Z en een remix van Lovers in Japan. Vooral het eerste nummer op de EP, een nieuwe versie van Life in Technicolor, werd een commercieel succes. En al met al lijkt het erop dat dit succes nog niet op het punt staat te verdwijnen. Coldplay heeft aangegeven een korte stop in te lassen na de huidige tour en wie weet moeten de fans weer drie jaar wachten. Maar dat Coldplay klaar is met de wereld lijkt onwaarschijnlijk.
Sleuteltrack: Life in Technicolor II

Zie ook: Dit jaar nieuw Coldplay album en Concertverslag: Coldplay in het Goffertpark.

Website:
www.coldplay.com

Laatste reacties

Er zijn geen reacties.

Reageer