kleinergroter

Nieuwsbrief

Lees onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van nieuwe titels en voordeelacties.

Abonnement

Abonnement

Essentieel: Pink Floyd

Bart Nijman | Achtergrondartikelen | 19 juli 2010

De historie van Pink Floyd (Cambridge, 1965) laat zich, zoals het geval is bij menig fenomeen uit de muzikale wereld, niet in een paar zinnen vatten. De door naamswijzigingen, personele bezetting en onderlinge instrumentwisselingen vanaf het prille begin al onnavolgbare studentenband groeide uit tot één van de grootste rockgroepen ter wereld, maar de overgang van gelegenheidscombo tot muzieklegende is niet zonder slag of stoot verlopen. Om het toch overzichtelijk te houden, is de geschiedenis van de band in ruwweg drie periodes te verdelen: met Syd Barrett (1965-1968), zonder Syd Barret (1968-1985) en zonder Roger Waters (1985-1994).

Onder leiding van zanger-gitarist Syd Barrett ontstond uit een allegaartje van bandleden en -namen uiteindelijk The Pink Floyd Sound, vernoemd naar twee onbekende Amerikaanse bluesmuzikanten, Pink Anderson en Floyd Council. Het ´Sound´ viel al snel weg uit de naam en het voorzetsel ´The´ werd soms wel, soms niet gebruikt. Behalve Barrett bestond de band uit bassist Roger Waters, toetsenist Richard Wright en drummer Nick Mason, het enige bandlid dat ononderbroken onderdeel van Pink Floyd is geweest. Met hun psychedelische muziek maakten ze al snel naam in de ondergrondse muziekcultuur van London. Na het uitbrengen van de eerste singles Arnold Layne en See Emily Play in 1967, volgde in augustus van dat jaar het goed ontvangen debuutalbum Piper at the Gates of Dawn. Voor Barrett's toen al zwakke mentale toestand waren het succes en de aandacht echter al snel te veel. Wegens diens door drugsgebruik onbetrouwbaar geworden podiumpresentatie werd David Gilmour

Advertentie

aangetrokken om de band tijdens optredens bij te staan. Barrett had namelijk steeds vaker de gewoonte om zijn gitaar te ontstemmen of in zijn geheel van snaren te ontdoen. Barrett en Gilmour hadden slechts een paar keer het podium gedeeld voordat de band besloot om Barrett simpelweg niet meer op te halen als ze naar een optreden moesten. In april 1968 verlaat hij de band, vlak voor het tweede album A Saucerful of Secrets uitkomt, dat slechts één nummer van Barretts hand bevat (Jugband Blues).

Na Barretts vertrek heeft de band aanvankelijk moeite om tot een herkenbaar geluid te komen. Het soundtrackalbum Music from the Film More (1969) wordt bijna als excuus aangegrepen om toch maar iets uit te kunnen brengen, en de vierde Pink Floyd-plaat Ummagumma is een dubbelaar die behalve liveopnamen bestaat uit vier verschillende muzikale experimenten die door ieder bandlid afzonderlijk gecomponeerd werden. Voor album nummer vijf, Atom Heart Mother, met de beroemde koe op de hoes, werd een volledig orkest ingezet maar pas met de zesde plaat Meddle begon de band echt als een muzikaal geheel te klinken als alle eindjes bij elkaar komen in het legendarische Echoes. Daarna gaat het hard. Een filmproject (Live at Pompeii) en nog een soundtrack (Obscured by Clouds) gaan vooraf aan het magnum opus van de band: Dark Side of the Moon (1973), waarvan wereldwijd meer dan 40 miljoen exemplaren zijn verkocht.

Pink Floyd
Foto: Pink Floyd met Wright, Gilmour, Waters en Mason

Als in 1975 met Wish You Where Here, een eerbetoon aan de gevallen oprichter van de band, het Syd Barrett-tijdperk definitief wordt afgesloten, begint Roger Waters de touwtjes steeds steviger in handen te nemen. Het resulteert in Animals (1977) en – vooral – in The Wall (1979), een rockopera die vooral over Roger Waters’ jeugd en artiestenbestaan gaat. Tijdens de opnames van die plaat worden de eerste barsten in het firmament zichtbaar als Rick Wright na een ruzie met Waters wordt ontslagen, om vervolgens als sessiemuzikant ingehuurd te worden tijdens de tour rond The Wall. Na een voor Floyds doen lange stilte verschijnt in 1983 The Final Cut, geheel geschreven door Roger Waters en ´uitgevoerd door Pink Floyd´, zoals de hoes vermeldt. Daarna gaat het definitief bergafwaarts.


Waters’ dictatoriale trekken leiden tot zijn vertrek in 1985, gevolgd door enkele rechtszaken over naamsvoering en auteursrecht als David Gilmour besluit om, met Richard Wright en Nick Mason, verder te gaan met Pink Floyd. Waters verliest en legt zich toe op een redelijk succesvolle solocarrière terwijl de rest van de band A Momentary Lapse of Reason opneemt (1987), een succesvolle plaat maar wel één die geheel geschreven is zonder bijdragen van Wright en Mason. De tour die er op volgt levert het matige livealbum Delicate Sound of Thunder (1988) op. In 1994 staat Pink Floyd nog één keer op met het voornamelijk door tekstschrijvers van buiten de band bij elkaar geschreven album The Division Bell. Het album en de daaropvolgende tour (P.U.L.S.E., waarvan het album met het knipperende lichtje in de hoes in 1995 verschijnt) zijn desalniettemin een overweldigend succes. Daarna wordt het stil rond de band. Op 2 juli 2005, tijdens Live 8 in het Londonse Hyde Park, staat het kwartet op aandringen van Bob Geldof voor het eerst in 25 jaar weer samen op het podium voor een miniconcert van nog geen 25 minuten. Het zal de laatste keer zijn: in september 2008 overlijdt Richard Wright aan de gevolgen van kanker. Roger Waters en David Gilmour treden beiden nog wel solo op, af en toe bijgestaan door Nick Mason. Waters heeft in 2005 een opera uitgebracht (Ça Ira), is meermaals de wereld rondgetrokken met Dark Side of the Moon en is momenteel bezig om van The Wall een Broadwayproductie te maken. Gilmour doet het wat kalmer aan, maar lanceerde eind 2008 nog wel het niet onaardige album Live in Gdansk.

Tenslotte verdient de band als geheel nog een aparte alinea voor hun baanbrekende werk op het gebied van album artwork, licht- en geluidsshows en larger than life optredens. Met inktvlekken op diaplaatjes die voor een lamp werden gehouden, was Pink Floyd namelijk één van de eerste bands die een lichtshow aan zijn optredens toevoegde. Ook met geluid werd volop geëxperimenteerd. Stereo was kort na de uitvinding daarvan al niet genoeg meer, vonden de heren, dus werd er met quadrofonische opstellingen gespeeld. Licht en geluid werden over de jaren aangevuld met beeld en theater, waardoor tours als die van The Wall en P.U.L.S.E. ware audiovisuele spektakels waren. Tijdens de eerste werd er letterlijk een muur op het podium gebouwd tijdens de eerste helft van het concert, om die aan het eind in één klap af te breken en tijdens de P.U.L.S.E.-tournee draaide de band zijn hand er niet om voor om, zelfs bij overdekte optredens, complete vliegtuigen over de hoofden van het publiek te laten razen en ergens in een hoek te laten ‘neerstorten’. Mede daardoor gaat Pink Floyd, ondanks de publiekelijk uitgevochten ruzies van de jaren ’80, de geschiedenis in als een groep die zijn bandleden grotendeels ondergeschikt wist te maken aan de muziek en de beleving en die door de vele herkenbare albumhoezen en ander artwork niet alleen de trommelvliezen maar ook het netvlies al jaren stimuleert.

Division Bell
Foto: Artwork voor The Division Bell

Piper at the Gates of Dawn (1967)
Het eerste album van Pink Floyd wordt gekenmerkt door Syd Barretts poëtische, speelse teksten in combinatie met psychedelische klanken. Het nerveuze, instrumentale Interstellar Overdrive is vandaag de dag bijna gekmakend en Astronomy Domine ging bijna dertig jaar later nog steeds mee op tournee. Ook tijdens soloconcerten van Waters en Gilmour worden deze wortels van de band nog regelmatig van stal gehaald. Barretts depressie lijkt in zijn teksten nauwelijks te bestaan (“I've got a bike, you can ride it if you like”), maar de slepende en soms zelfs dreigend klinkende instrumentale stukken verraden zijn stemmingswisselingen.
Sleuteltrack: Astronomy Domine

A Saucerful of Secrets (1968)
Het vervolgalbum wordt wegens een nog niet ontwikkeld tekstschrijvend vermogen bij de andere bandleden gekenmerkt door instrumentaal geëxperimenteer. Vooral het titelnummer zit vol met vreemde geluiden, probeersels en losse klanken die de koerswijziging in het nu Barrettloze Pink Floyd aangeeft . Maar vooral het hypnotizerende Set the Controls for the Heart of the Sun blijkt een progressieve blijver die vooral door Waters nog regelmatig live geëerd wordt.
Sleuteltrack: Set the Controls for the Heart of the Sun


Soundtrack from the Film More (1969)
Op deze soundtrack ligt de nadruk voor het eerst meer op progressieve rock, waarbij er soms aardig uitgehaald wordt: het nummer Nile Song staat bekend als misschien wel het enige hardrocknummer van Pink Floyd. Ondertussen wordt er echter ook flink uitgepakt met vogel- en andere bijgeluiden terwijl lange instrumentale stukken soms kalm, soms zenuwachtig hun eigen weg zoeken. Pink Floyd is nog steeds een band in transitie.
Sleuteltrack: Cymbaline

Ummagumma (1969)
Ieder bandlid zijn eigen ‘soloproject’ op dit album, wederom een poging om het wiel opnieuw uit te vinden. Wright laat met Sysyphus horen hoe ver de klanken van een piano gerekt kunnen worden, Waters schaaft aan zijn tekstschrijverstechnieken, Gilmour tilt in het drieluik The Narrow Way een tipje van zijn innmiddels legendarische gitaarsluier op en Mason trommelt het album naar een einde in The Grand Vizier’s Garden Party. Voor de zekerheid werd er een tweede schijf vinyl met enkele liveopnames toegevoegd aan het album en dat zorgde uiteindelijk dat het album (toch) een succes werd.
Sleuteltrack: Careful with that axe, Eugene (live)

Atom Heart Mother (1970)
Atom Heart Mother wordt gekenmerkt door twee uitersten: een zeer bombastisch, 23 minuten durende suite, compleet met koor en orkest, staat tegenover een zeer experimenteel, 13 minuten durend Alan’s Psychedelic Breakfast, waarin je een man zijn ontbijt klaar hoort maken. Van Waters en Gilmour mag dit album in de prullenbak zodat het nooit meer door iemand beluisterd kan worden, maar dat neemt niet weg dat de Atom Heart Mother Suite een paar zeer interessante stukken bevat. Het is vanuit een instrumentaal perspectief bijna net zo’n verhalend nummer als de afsluitende ‘ontbijtplaat’ dat in theatraal opzicht is.
Sleuteltrack: Atom Heart Mother Suite

Meddle (1971)
Afgezien van het volslagen mislukte Seamus (over een hond), betekent “Meddle” het einde van een lange zoektocht naar een eigen karakter en het daarbij behorende geluid. Opener One of These Days is een gejaagde klassieker die weinig rust belooft voor de rest van het album, maar via luchtige, bijna zweverige nummers als A Pillow of Winds en Fearless komt het album uiteindelijk full circle met het ruim 23 minuten durende Echoes, een waar meesterwerk en een zelfverzekerde stap in het genre van de symfonische rock. Pink Floyd op zijn allerbest. Zo zonde van die jankende hond.
Sleuteltrack: Echoes

Obscured by Clouds (1972)
Een soundtrackalbum voor de Franse film La Vallée waar eigenlijk weinig muzikale logica in zit als het op samenhang aankomt. Het geheel neigt nog het meest naar een standaard rockplaat waar zelfs wat Beatle-eske geluiden op te horen zijn (onder andere op Free Four). De plaat werd tussen de opnames van Dark Side of the Moon door in enkele weken opgenomen. Verwacht niet te veel verdieping, want al staan er wel een paar aardige nummers op en is het Pink Floydgeluid duidelijk te herkennen, het is zeker geen vernieuwend werk.
Sleuteltrack: Wot’s … Uh The Deal


Foto: Artwork voor The Dark Side of the Moon

The Dark Side of the Moon (1973)
Het magnus opum van Pink Floyd in een paar zinnen beschrijven, dat is een behoorlijke uitdaging voor een album dat volgens de echte fanatici exact gelijk loopt met de film The Wizard of Oz (Google maar eens op ‘dark side of the rainbow’). Het eerste volledige conceptalbum sinds The Beatles met Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967) dat genre uitvonden gaat over de combinatie van tijd, geld, macht en de dood en belicht de somberste invloeden van die zaken op de geestelijke gesteldheid van een mens, uitgelegd in tijdloze nummers als Money, The Great Gig in the Sky, Time en Us and Them. Het slijpen van de afzonderlijke nummers werd op het podium gedaan, omdat de gehele plaat al ruim voor de opnames live werd gespeeld. Geluidsexperimenten, stemgeluiden, instrumentale hoogstandjes en bijzondere zanglijnen smolten uiteindelijk in de studio samen tot een juweel van de rockmuziek – en tot één van de bestverkochte albums allertijden. Wat valt daar überhaupt nog aan uit te leggen?
Sleuteltrack: Us and Them

Wish You Were Here (1975)
Nadat Pink Floyd met DSOTM zichzelf definitief gevonden heeft, is de tijd eindelijk aangebroken om het tijdperk-Syd Barrett af te sluiten – en om hem tegelijkertijd te eren. Wish You Were Here is volledig opgedragen aan de gevallen oprichter van de band, zoals de albumtitel weinig onomwonden doet vermoeden, maar bevat ook een aanklacht tegen de muziekindustrie (Welcome to the Machine en Have A Cigar). Toch zijn het de titeltrack en het epische Shine on You Crazy Diamond die de meeste indruk maken. De man die zijn brandende evenbeeld een hand geeft op de hoes verbindt het ontstaan van de band met het heden in een verwijzing naar de onzekerheid die roem en verwachtingen met zich meebrengen, in combinatie met een brandend verlangen om Barrett deelgenoot te maken van de status die de band bereikt heeft en zonder hem mogelijk nooit gehaald had. Er zijn slechtere opvolgers gemaakt op een meesterwerk.
Sleuteltrack: Wish You Were Here


Animals (1977)
Rechtstreeks ontleend aan George Orwell’s boek “Animal Farm”, behandelt dit album onderwerpen die op Wish You Were Here al naar voren kwamen: macht en hebzucht. Pigs, Dogs en Sheep staan voor machthebbers, machtsbewakers en de volgzame kudde. Wederom een legendarische albumhoes, met een enorm opblaasvarken tussen de schoorstenen van het Londonse Battersea Power Station, draagt bij aan het artistiek doordachte imago dat Pink Floyd inmiddels zorgvuldig opgebouwd heeft en zorgt voor wederom een miljoenenoplage.
Sleuteltrack: Sheep

The Wall
(1979)
De veranderende rolverdeling binnen de band komt tot volledige wasdom als The Wall in 1979 het levenslicht ziet. Roger Waters schrijft de dubbelaar bijna volledig in zijn eentje als hij, als het personage Pink, ingaat op de dood van zijn vader (gesneuveld in de Tweede Wereldoorlog), zijn moeilijke jeugd (Mother en Another Brick in the Wall) en de moeite die hij heeft met de roem en de enorme massa’s die op de concerten van Pink Floyd afkomen. Een incident waarbij Waters een tijdens een optreden een fan in het gezicht spuugt, zorgt voor de vonk die hij nodig had om het The Wall te kunnen schrijven. Misbruik, eenzaamheid en (geestelijke) opsluiting zijn de dragende thema’s op het album, dat uitgebeeld wordt in een film (met Bob Geldof als Pink). Another Brick in the Wall wordt de meest succesvolle single van de band, al is het mede door David Gilmour geschreven Comfortably Numb uiteindelijk blijven hangen als één van de beroemdste nummers van de band. De tour is kort (slechts vier steden; London, Los Angeles, New York en Dortmund) maar spectaculair: tijdens de concerten wordt een enorme muur opgetrokken tussen de band en het publiek, zodat de muziek en het beeld samen zonder omhaal duidelijk maken dat er een muur is ontstaan tussen band en achterban – althans wat Waters betreft. Ondertussen valt het collectief langzaam uit elkaar als Waters in zijn poging om zijn gevoelens over te brengen een steeds dwingender hoofdrol voor zichzelf opeist binnen Pink Floyd.
Sleuteltrack: Another Brick in the Wall

The Final Cut (1983)
Roger Waters diept op het aan zijn vader opgedragen The Final Cut zijn verweesde emoties verder uit terwijl hij observeert hoe de wereld gerund wordt door – in zijn ogen – verkeerde en oorlogszuchtige leiders. Het album is voor Waters zo mogelijk nog persoonlijker dan The Wall, wat er toe leidt dat de hoes uiteindelijk vermeldt dat het eigenlijk een door hem bedacht solowerk is dat ‘toevallig’ wordt uitgevoerd door Pink Floyd. Na de legendarische serie albums uit de jaren ’70 valt het iets te persoonlijke The Final Cut wat tegen in het ouevre van Pink Floyd, wat ongetwijfeld bijdraagt aan het verdere verval van de band. Na de albumtour verlaat Waters de band en begint een periode van rechtszaken om copyright en naamsgebruik als Gilmour besluit om verder te gaan met Mason en Wright.
Sleuteltrack: The Fletcher Memorial Home

A Momentary Lapse of Reason (1987)
Als de storm geluwd is, brengt Pink Floyd het door voornamelijk door David Gilmour geschreven A Momentary Lapse of Reason uit. De kwaliteit is wisselend, met Learning to Fly en het onvervalst Floydiaanse Sorrow als positieve uitschieters tussen een paar mindere werken als Terminal Frost en de niet lekker uit de verf komende opener Signs of Life. Veel tekenen van leven zitten er niet meer in de somber klinkende band, maar het album verkoopt – mogelijk wegens de blijdschap van de fans over het voortbestaan van Pink Floyd – heel behoorlijk en de tour die er op volgt wordt afgesloten met de uitgave van het livealbum Delicate Sound of Thunder.
Sleuteltrack: Sorrow

The Division Bell (1994)
Pink Floyd spant nog één keer de spieren voor een laatste krachttoer: The Division Bell. Praktisch volledig geschreven door mensen van buiten de band (onder andere door Gilmours vrouw, de schrijfster Polly Samson), wordt het door velen gezien als verraad aan de wortels van de band en Roger Waters noemt het album wegens zijn kalme nummers een “werk van Dire Straits”. Desondanks gaan er meer dan tien miljoen exemplaren over de toonbank en zijn de teksten Gilmour op het lijf geschreven, omdat ze over zijn pogingen tot verzoening (Poles Apart, Keep Talking) en het loskomen van het verleden gaan (Coming Back to Life). Daarnaast bevat het album een paar wonderschone staaltjes van ’s mans gitaarkunst. Tijdens de tour die op het album volgt, P.U.L.S.E., pakt Pink Floyd nog één keer groter dan groots uit voordat het stil wordt rond de Britten. Geruchten over een reünietoer, gevoed door het eenmalige optreden tijdens Live 8 in 2005, verstommen definitief als Richard Wright in 2008 overlijdt.
Sleuteltrack: Poles Apart

Laatste reacties

Er zijn geen reacties.

Reageer