kleinergroter

Essentieel: Johnny Cash

Bart Nijman | Achtergrondartikelen | 22 februari 2010

Johnny Cash - American VI

“Hello, I’m Johnny Cash.” Zo begon de immer in het zwart geklede Amerikaanse countrysinger-songwriter met de herkenbare baritonstem ongeveer ieder optreden. In 1970 kreeg zelfs een volledig album die titel, en over zijn zwarte kleding schreef hij het lied Man in Black. Muziek en persoon stonden bij Johnny Cash, die leefde van 1932 tot 2003, nooit ver uit elkaar. Wat hij zong, was wie hij was, ook als hij iets van een ander coverde. Over zijn leven verscheen al een Oscarwinnende film, Walk the Line, maar ook anno 2010 is zijn muziek beeldend genoeg om het verhaal van Johnny Cash te vertellen.

Cash werd geboren in 1932 in Kingsville, Arkansas als J.R. Cash, maar omdat letters in het leger niet geaccepteerd werden, maakten ze er John R. Cash van, waar hij zelf toen hij in 1955 bij Sun Studios in Memphis tekende Johnny van maakte. Vlak voor hij daar tekende, trouwde hij Vivian Liberto, met wie Cash vier dochters heeft. Zijn vrouw ziet zijn muzikale ondernemingen in de eerste plaats als een leuke hobby, maar Cash zelf neemt zijn gekozen weg uiterst serieus, wat regelmatig tot conflicten leidt, vooral als Cash veel op tournee is en – mede door de stress die dat met zich meebrengt – aan drank en amfetaminen verslaafd raakt. Later wordt hij ook nog verliefd op zangeres June Carter (die Ring of Fire mede geschreven heeft), wat voor Vivian de druppel is. In 1966 scheidt ze van Cash, die twee jaar later zijn leven belooft te beteren om Carter te overtuigen met hem te trouwen. Dat beteren lukt hem slechts ten dele, want zijn verslavingen en depressies zullen Cash tot zijn dood achtervolgen. Met Carter krijgt hij een zoon, John Carter Cash. June overlijdt in mei 2003, John zelf slechts vier maanden later, op 12 september.

Cash leeft er op los en bouwt tijdens zijn carrière zorgvuldig een reputatie als ‘outlaw’ op door veelvuldig over het gevangenisleven te zingen en door (beroemd geworden) opnames te maken in onder andere San Quentin State Prison en Folsom Prison, maar ook in een gevangenis in Zweden. In werkelijkheid is Cash weliswaar regelmatig aangehouden en bracht hij ook wel eens een nacht in een cel door, maar verder dan een forse boete voor het veroorzaken van een bosbrand door vonken die van zijn auto sprongen ( "I didn't do it, my truck did, and it's dead, so you can't question it", zei Cash tegen de rechter) is zijn strafblad, naast wat voorwaardelijke straffen voor drugsbezit en rijden onder invloed, eigenlijk nooit gekomen. Hij werd juist met open armen ontvangen door het ‘establishment’, getuige onder andere zijn vriendelijke omgang met alle Amerikaanse presidenten vanaf Richard Nixon. Met Jimmy Carter werd hij zelfs hele goede vrienden.



Cash sprong gedurende zijn carrière regelmatig op de bres voor minder bedeelden, voornamelijk gevangenen en Indianen. Die laatsten konden deels op zijn (financiële en morele) steun rekenen omdat hij lang dacht zelf Indianenbloed te hebben. Nadat hij op latere leeftijd ontdekte dat hij oorspronkelijk van Schotse afkomst is, nam zijn betrokkenheid bij het wel en vooral wee van de Indianen echter niet af. Hij maakte zijn zwarte kleding en de bijbehorende bijnaam The Man in Black tot symbolen door in het nummer Man in Black de reden voor zijn kledingkeus te beschrijven:

“I wear the black for the poor and the beaten down,
Livin' in the hopeless, hungry side of town,
I wear it for the prisoner who has long paid for his crime,
But is there because he's a victim of the times”


Pagina: 1 - 2 - 3 - 4


Bookmark and Share