kleinergroter

Interview met Ray Davies

Anneke Ruys | Achtergrondartikelen | 20 oktober 2009

Ray Davies is één van de grootste songschrijvers van de popmuziek. Met The Kinks scoorde hij ontelbare hits, maar ook solo leverde hij gedenkwaardige albums af. Op het recent verschenen The Kinks Choral Collection voert hij een aantal Kinks klassiekers uit met het Crouch End Festival Chorus. Wij voelen hem hierover en over vele andere belangrijke zaken aan de tand.

Klik hier voor een verslag van het concert dat Davies onlangs in Carré gaf.

We interviewen Ray Davies daags na een memorabel optreden in het Carré Theater in Amsterdam: onvergetelijk voor de aanwezige fans, maar ook voor Ray zelf die er maar niet over uitgepraat kan raken. Amsterdam heeft dan ook een speciale plek in zijn hart, vertelt hij. Die herinneringen gaan terug naar heel vroeger, maar betreffen ook het heden. “Gisteren was gewoon een perfecte show waar alles klopte: een fijn publiek waarmee ik al snel een bijzondere band voelde. Zoiets kun je dus nooit van tevoren inschatten. Je moet het gewoon beleven en over je heen laten komen. Toen ik dinsdag het podium op moest zag ik daar erg tegenop, zeg ik je eerlijk. Soms heb ik van die momenten dat ik me afvraag of datgene wat ik doe nog wel zinvol is en of het me nog steeds de nodige voldoening geeft. Toen ik het Carrépodium op stapte en de warme ambiance voelde was die onzekerheid daarover meteen over. Omdat ik al zo vaak opgetreden heb kan ik de emoties van de mensen bijna voelen. Soms creëert dat de echte magische momenten, oftewel die perfecte wisselwerking tussen publiek en artiest”.



Terwijl hij dat zo zegt memoreert hij ook nog even aan een vroeger Kinks-optreden. “Toen ik daar in Carré stond voelde ik weer hoe bijzonder deze stad eigenlijk is. Hoe lang zal het geleden zijn dat we hier voor het eerst met The Kinks stonden? Dat moet halverwege de jaren ’60 geweest zijn. Waar het precies was herinner ik me niet meer precies. De mensen zaten allemaal op de grond, het was echt zo’n hippiesfeer en iedereen was high, maar het optreden was onvergetelijk. Waar blijven de tijden hè?” lacht de man die nog steeds volle zalen trekt en oude maar ook jonge fans tot zijn bewonderaars telt. Waar haalt hij toch de energie vandaan om al zo vreselijk lang muziek te maken? “Dat is de vraag die me het meest gesteld wordt en ik heb er nog steeds geen duidelijk antwoord op. Toen ik ooit met muziek begon werd me al gevraagd: waarom begin je aan zo’n onzekere toekomst? Toen ik eenmaal met schrijven begon merkte ik dat inspiratie onuitputtelijk is. Iedere dag weer zijn er nieuwe onderwerpen die beroeren. Vroeger was dat de liefde en de buurt waar ik in woonde. Mijn muziekcarrière begon op mijn vijftiende met ‘You Really Got me’ , zomaar een liedje over een meisje waar ik toen verliefd op was en nu zijn het vooral wereldproblemen waar ik over schrijf. Muziek maken is als een soort instinct, of misschien nog meer de wens om met mensen via klanken te willen communiceren. Ik zie het als een soort verslaving die nooit meer over gaat”.

Pagina: 1 - 2


Bookmark and Share