Columnisten
Spotify revisited
Marc Brekelmans
Een paar weken geleden schreef ik een column over Spotify waarin ik deze nieuwe muziekdienst vergeleek met een all-you-can-eat vreetschuur: wel vol maar niet voldaan, zeg maar. Het verkiezen van kwantiteit boven kwaliteit stuitte – en stuit – me tegen de borst. De kunstvorm muziek verworden tot fastfood voor ongevoelige oren. Het leverde me de reputatie op van archaische muziekneuzelaar die graag in stoffige platenzaken door al even stoffige bakken met vinyl struint. En ik moet bekennen: met enige regelmaat ben ik te vinden bij de lokale platenboer op zoek naar leuke muziek gebeiteld in zwart polyvinylchloride. Gewoon omdat sommige muziek het meest natuurlijk klinkt vanaf plaat.
Maar tegelijkertijd ben ik ook in het bezit van een redelijk verzameling muziek die op een harde schijf geparkeerd staat. De meterkast herbergt een NAS met daarin twee 1,5 terabyte schijven met daarop zo'n 1500 albums – ja, ik denk nog in albums – in het lossless FLAC formaat. Muziek die ik heb gekocht, gedownload, gekopieerd, gejat of gekregen, maar allemaal albums waarvan ik het bestaan weet, de muziek ken en die ik ook nog eens waardeer. Met zorg omgezet naar digitale bestanden en voorzien van de juiste metadata. Een waardevolle collectie dus, en net als mijn verzameling elpees en cd's met liefde samengesteld en onderhouden.
Een muziekdienst als Spotify heeft voor mij dan ook iets vreemds...het lijkt niet helemaal te kloppen. Objectief gezien moet ik blij zijn met dit haast onbeperkte aanbod muziek dat voor het luttele bedrag van 10 euro per maand – ja, ik ben inmiddels Premium lid – tot mijn beschikking staat. Nieuwe muziek is met een paar klikken op het toetsenbord letterlijk binnen handbereik. Af te luisteren op mijn iPhone, de laptop en met het trekken van wat kabeltjes zelfs op mijn stereo-installatie. Playlists van vrienden beluisteren – zoals we vroeger met cassettebandjes deden – zelf playlists maken of leuke muziek naar het mapje van vrienden slepen. Als een kind in een snoepwinkel voel ik me soms.
Maar ik wordt er tegelijkertijd droevig van: het gevoel dat ik een waardevolle verzameling heb opgebouwd is weg, de leegte opgevuld met een virtueel bezit van...tsja, alles én niks. En daarmee verschil ik niet meer van mijn buurman, of van de puber met een nog onderontwikkelde muzieksmaak, eigenlijk van iedereen die bereid is vrij gedachteloos een tientje per maand neer te leggen. Nooit meer zal het bezoek de blik langs mijn platencollectie laten glijden. Nooit meer jezelf profileren via je muziekkeuze. Nooit meer 'toon me je platenkast en ik vertel je wie je bent'. De plek ingenomen door een 'playlist'. Ach, waarschijnlijk valse sentimenten van een oude muziekneuzelaar. Misschien hebben ze wel gelijk.

Maar er zit me nog iets dwars, en dat ligt niet echt aan Spotify. De trend was namelijk al veel eerder ingezet. Begin jaren '90 kwam Sony namelijk met de portable minidisc: een Walkman maar dan in mini-formaat waarin een schijfje paste waar je digitaal je muziek op kon zetten. De mp3-speler betekende een hele vooruitgang: door de muziekbestanden te verkleinen – wat je niet hoort kun je weglaten – paste er ineens veel meer muziek op dezelfde geheugenruimte. Hoe meer je weglaat, hoe kleiner het bestand. Zo kunnen er ineens wel 20.000 liedjes op een iPod Classic van 80 gigabyte opgeslagen worden. Mp3 is voor de meeste mensen inmiddels het standaard muziekformaat geworden. Kwaliteitsverschillen in de diverse compressieniveaus zijn daarbij onbelangrijk of domweg onbekend. Vraag de gemiddelde downloader in welk formaat (het aantal kbps) hij/zij downloadt en een vragende blik is je antwoord. Downloadsites bieden muziek vaak in het uiterst matige 128 kbps formaat aan – vreemd genoeg betaal je voor een 128 kbps bestand vaak even veel als voor een 320 kbps download! Op een mp3-speler met standaard oordoppen zal een 128 kbps bestand nog best om aan te horen zijn, maar op een beetje behoorlijke stereo-installatie zal de muziek vlak en futloos klinken. Logisch, want van het oorspronkelijke muziekbestand wordt, om 'kostbare' ruimte te besparen, tot wel 90% weggegooid. Pas bij 320 kbps – het formaat in de Muziek.nl downloadshop – begint de kwaliteit van een mp3-bestand behoorlijke vormen aan te nemen. Voor de meeste mensen zal bij 320 kbps, en afgespeeld op een huis-tuin-en-keuken installatie, geen verschil met een cd te horen zijn. Maar dat wil niet zeggen dat er geen verschil is! Draai maar eens een cd op een bovengemiddelde muziekinstallatie af en schakel dan over naar een 320 kbps mp3-bestand. Zelfs voor ongeoefende oren is het verschil meteen hoorbaar, geloof me. De dynamiek neemt bij cd-weergave toe, details in de muziek worden beter hoorbaar en alle muzikale lijnen en instrumenten worden duidelijker waarneembaar.
Eigenlijk is het vreemd: op nagenoeg alle vlakken betekent vooruitgang dat de kwaliteit omhoog gaat. Denk maar aan de televisie waar we van standaard definitie (SD) via een beeldbuis naar high definition (HD) via een lcd of plasmascherm zijn gegaan. Alleen bij muziekweergave betekent vooruitgang een achteruitgang in kwaliteit. Spotify biedt een alternatief voor een fysieke verzameling: cd's eruit, mp3 erin. Helaas beperkt tot 320 kbps en voor veel mensen daarmee de nieuwe standaard voor geluidskwaliteit. Maar er is hoop. Internetverbindingen worden sneller, harde schijven groter en goedkoper. De noodzaak om muziek dood te drukken verdwijnt langzaam maar zeker. Formaten als FLAC en ALAC bieden verliesvrije compressie en raken steeds meer ingeburgerd. Verlost van het polycarbonaat schijfje komen zelfs high resolution formaten om de hoek kijken. Waar een cd beperkt is tot 16 bit/44.1kHz kunnen FLAC en ALAC resoluties aan van 24bit/192kHz.....echte vooruitgang dus.


Laatste reacties