Columnisten
Serieus experimenteren met The Low Anthem
Jan Douwe Kroeske
Ik schud m’n ogen en oren nog eens goed door elkaar. Is dit echt zo goed als het lijkt? Een onbekend bandje uit New York presenteert de debuutplaat Oh My God, Charlie Darwin, de naam is The Low Anthem. In een nogal anoniem hoesje, verstuurd in een zeer anonieme envelop, kreeg ik afgelopen week het cd-tje thuisgestuurd. Het voordeel van een onbekende naam en een onbekende titel is dat je een luistersessie dan blanco ingaat. Met geen enkele verwachting dus…
En zo kan het gebeuren dat de boel dan implodeert. Tijdens het luisteren naar Oh My God, Charlie Darwin gebeurde het: het schudden van ogen en oren. Ik grijp het Engelse blad Mojo en zie een grappig verhaaltje over het trio The Low Anthem: vrolijke drummer, onbezonnen dame Jocie en een jongen met een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht: de zanger Ben Knox Miller.
Ben mag dan een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht hebben, de muzikale uitdrukking is anders: er zit nog wel iets van die bezorgdheid in (het klinkt af en toe als Donovan meets Jeff Buckley), maar wat veel sterker overheerst is het gevoel dat we hier te maken hebben met een mooizanger van het kaliber Josh Tillman (Fleet Foxes), die op sommige momenten op z’n Tom Waits experimenteert met potten en pannen.
Dat laatste, het experimenteren met van alles en nog wat, is een van de meest verrassende ontwikkelingen van de laatste tijd bij Amerikaanse bandjes. Terwijl Engeland heel erg vast blijft houden aan Britpop en wave zien we bij jonge Amerikanen de herintroductie van Glockenspiel, strijkpotten en koperslagwerk, pianola, etc…Voorbeelden? Shearwater, Fleet Foxes, Beirut, My Morning Jacket. En nu dus ook The Low Anthem.

Twee dagen nadat ik het plaatje beluisterd had, speelde de groep in Paradiso voor een mannetje of 150. Moet raar zijn: kom je uit Rhode Island/New York, mag je van je platenlabel naar Amsterdam, maak je kennis met nieuwe mensen en sta je als driemansorkest iets heel intiems te doen; zeer breekbaar. Maar The Low Anthem deed het precies goed: ze maakten gebruik van de kerkelijke ambiance van Paradiso door hun muziek als schilderijtjes te spelen. Bijna geen presentatie, geen flauwe grappen, kortom: gewoon goed spelen.
Ik heb weer een mooi bandje gezien in Paradiso, drie mensen die heel serieus met hun vak bezig zijn, lol hebben in het ontdekken van nieuwe instrumenten en in staat zijn om muziek te maken die je mee wilt nemen naar een onbewoond eiland. Als ik drie liedjes mag tippen? Charlie Darwin, To Ohio en Cage the Songbird. En droom maar lekker weg op je eiland.



Laatste reacties