Columnisten
Fleet Foxes en Liquid Spirits
Leo Blokhuis
Ik hou van koortjes. En ik ben de afgelopen week in de concertzalen royaal aan m'n trekken gekomen. Dinsdag in Paradiso, waar Fleet Foxes speelde, zaterdag in het Haagse Paard van Troje, waar de onbegrijpelijk genegeerde Nederlandse soulband Liquid Spirits een geweldig optreden gaf. Twee bands, elk aan een uiteind van het muzikale popspectrum, bij elkaar gebracht door geweldige zang. Als bonus kwam soul-legende Leon Ware voorbij.
Dat Fleet Foxes een van de hipste bands van het afgelopen jaar was, blijkt uit een bomvol Paradiso. Niet één avond, de groep mocht een dag later nog een keer aantreden in een verhitte kerkzaal. Grappig dat een gezelschap met een uitstraling die nooit hip is geweest zich in de belangstelling van alle vooruitstrevende muziekmedia mag verheugen. "Ik had al iets met baarden verwacht", zegt een man in strak gesneden t-shirtje achter mij. Vier van de vijf bandleden hebben inderdaad hun gezichten half verscholen achter een ferme baard. Oppervos Robin Pecknold heeft een keurig gecultiveerde, drummer Nicholas Peterson een van oudtestamentische omvang.
De vier mannen met baarden zingen alle vier de sterren van de hemel. Ergens tussen Crosby, Stills & Nash en The Beach Boys met een klein omweggetje langs de Keltische muziek, daar zit de sound van Fleet Foxes. Hier en daar een wat scherper, rafeliger randje, maar als de mannen direct na het betreden van het podium hun kelen open zetten, ben ik al verkocht. De sound is altijd goed, de heren zingen met veel overtuiging en als de composities ook nog eens ijzersterk zijn - zoals White Winter Hymnal en Your Protector - dan weet je: veel mooier dan dit wordt het nooit.
Totdat je op een zomerse zaterdagavond in het Paard van Troje belandt. De Nederlandse band Liquid Spirits heeft een heerlijke soulplaat gemaakt in de beste tradities van de groten uit de jaren zeventig. Niet voor niets noemt de band een liedje Stepney, naar de grootse producer Charles Stepney die met Earth Wind & Fire, Minnie Ripperton (in the Rotary Collection) en Terry Callier werkte. Luister eens naar Callier's meesterwerk What Colour Is Love en je weet hoe perfect en weelderig georkestreerde soul kan klinken.
Liquid Spirits tapt uit dat ambitieuze vaatje en doet dat bijzonder indrukwekkend. "De grote zaal loopt voor allerlei onzin in een mum van tijd vol", moppert een oude vriend die ik voor de bar tegen het lijf loop, "maar als er echt iets bijzonders is... Moet je kijken." Hij zwaait met zijn hand om zich heen en wijst zo'n honderdvijftig aanwezigen aan. Dan gaat het zaallicht uit en klinken de zwoele klanken van de Fender Rhodes van bandleider Wiboud Burkens. "Welcome to the temple of love", glimlacht Hubert-Jan die met me mee kwam. Op het kleine podium is net plaats voor een drummer, gitarist, bassist, toetsenist en drie blazers, strak in het pak. Voor hen staan de vier vokalisten. Zij geven een bijzonder overtuigend visitekaartje af in de eerste vier eigen nummers, en dan wordt het tijd voor de ster van de avond: Leon Ware. Hij introduceert zichzelf beter dan welke mc ook had kunnen doen als hij Marvin Gaye's I Want You inzet. Ware is medecomponist van dit nummer en produceerde bovendien het gelijknamige album uit 1976. Ware's stem is opzienbarend goed in vorm - de man is 69 jaar oud - en zit verrassend dicht bij die van Gaye. Ook zijn andere klassiekers komen voorbij, If I Ever Lose This Heaven dat hij schreef voor het Quincy Jones-album Body & Heat uit 1974 en ook I Wanna be Where You Are, dat hij opdroeg aan de man die het nummer ook in 1972 zong: Michael Jackson.
Liquid Spirits ontpopt zich ondertussen als een gedreven en zeer gedisciplineerde begeleidingsband voor Leon. Jasmin, Dedre, Lo en Brian zingen net zo makkelijk een strak koortje ("glorious harmonies", schreef een Brits blad treffend) als een gloedvolle solo. Dit kan niet lang goed gaan, realiseer ik me. Zo'n grote band voor zo weinig mensen. Samen met een van de grootmeesters uit het genre en dan maar twee concerten kunnen spelen - alleen Het Paard en Paradiso hadden interesse. De moed moet Wiboud en consorten in de schoenen zakken. Ik zie niet wat ze beter kunnen doen. Live overtuigt de band nog meer dan het op de plaat al doet. En als de grote Leon Ware een liedje met je wil schrijven en opnemen en daar komt zoiets wonderschoons uit als Melodies, dan begrijp je dat Nederland een fantastische topband rijker is. Een groep om te koesteren en trots op te zijn. En doe het snel, anders zijn die muzikanten alweer iets anders aan het doen.


Laatste reacties