Columnisten
Bob Dylan
Leo Blokhuis
Als je gezellig gekeuvel vanaf het podium wilt horen, moet je maar naar een optreden van Diana Ross gaan. Zoiets schijnt hij ooit gezegd te hebben. De verbale communicatie van Dylan vanaf het podium is in elk geval minimaal. Geen groet, niks. Alleen helemaal aan het eind is hij bereid even de namen van zijn fantastisch in het zwart gestoken bandleden - inclusief stijlvolle hoed - te noemen met als bonus de staat waar de heren vandaan komen.
Ooit zag ik de oude meester - hij wordt dit jaar 68 jaar - zijn band tot wanhoop drijven. De man speelde het grootste deel van het concert met zijn rug naar de zaal, knikte alleen zo nu en dan naar de drummer en zette zelf vanuit onbegrijpelijk gebroddel op zijn akoestische gitaar elk nummer in. Er was duidelijk geen setlist, ik stond in de zaal van Vredenburg schuin boven het podium en zag de pure wanhoop in de ogen van gitarist, bassist en toetsenist: Wat gaat dit worden en hoe speelt hij dat nummer vandaag.
Dat is vandaag in de Heineken Music Hall wel anders.De band is net als de kleding strak. Zij weten wat zij doen en wanneer welk nummer wordt ingezet. Als Dylan een gitaar pakt, detoneert zijn rammelende, bijna ongeïnteresseerde stijl fors met die van zijn begeleiders. Maar tijdens het grootste deel van het optreden staat hij achter zijn sympathiek rochelende orgeltje. Hij speelt niet zijn bekendste werk, de man staat toch al niet bekend om zijn korte liedjes, even lijkt het een zware avond te worden. En toch is het dat niet. Hij speelt vooral nummers van zijn laatste twee albums, Love And Theft en Modern Times.
Dylan zegt zijn tekstregels monotoom op en buigt z'n stem aan het eind van bijna elke zin omhoog om in elk geval nog een indruk van zang te geven.je moet de tekst van Blowin' In The Wind uit je hoofd kennen, anders haal je 'em niet uit het langzame bluesnummer dat hij als laatste toegift geeft.
De vlam slaat echt in de pan als Dylan Like A Rolling Stone inzet. Wat een onovertroffen nummer is dat toch, een perfecte combinatie van vertelling en meeslepende melodie die in de refreinen hartverscheurend uitpakt. Zo niet in de liveversie in Amsterdam, want Dylan haalt niet meer hartverscheurend uit. Knauwend, declamerend brengt hij de tekst - maar imposant blijft het. Daarna All Along The Watchtower. Het is nog maar een keer duidelijk dat Dylan onder de indruk is van de manier waarop Jimi Hendrix dit lied ooit op de plaat zette - de versie in Amsterdam is geinspireerd op die van Hendrix.
In de veel te hoge en daarom nooit echt gezellige after-partyruimte op de eerste etage van de HMH neem ik nog één drankje, terwijl Hurricane uit de huisinstallatie schalt. "Hee, ben jij zo'n fan van Dylan?", vraagt een mij onbekende bezoeker. Ik moet hem wel heel onnozel aangekeken hebben. "Jij bent toch fan van de Beatles?", gaat hij verder. Ja, ook, maar die spelen niet zo vaak meer. Ik ben samen met mijn vriend Arjan, die ondertussen samen met mijn lief aan de bar staat te keuvelen. Toen hij de popmuziek via Dylan ontdekte, luisterde hij drie jaar lang niets anders dan Dylan. Via The Band - die begeleidden Dylan tenslotte een tijd - schoof hij voorzichtig de rest van de wijde wereld van de popmuziek in. Tot dit voortschrijdende inzicht is blijkbaar nog niet elke Dylanfan gekomen...


Laatste reacties