13 mrt

Muziekbeleving: Emiliana Torrini

Zangeres Emiliana Torrini (1977) groeide op in de IJslandse hoofdstad Reykjavik. Haar vader is Italiaans, haar moeder komt uit IJsland. Sinds haar zeventiende is ze een bekendheid in eigen land. Ze won de ‘söngkeppni framhaldsskólanna’, de landelijke zangwedstrijd voor scholen, en maakte in 1999 haar internationale debuut met Love in the Time of Science (1999), geproduceerd door Roland ‘Tears for Fears’ Orzabal. Torrini werkte met onder meer GusGus, Thievery Corporation en Sneaker Pimps, schreef voor Kylie Minogue (waaronder de hit Slow) en is te horen op de soundtrack van The Lord of The Rings. Met het gevarieerde album Me and Armini, geproduceerd door Dan Carey, brak Torrini (voluit: Emilíana Torrini Davíðsdóttir) vorig jaar definitief door.

Vergelijkingen met landgenote Björk zijn niet van de lucht, vooral vanwege eenzelfde vertederend IJslands accent. Maar de grotendeels akoestische muziek van Torrini leunt veel meer op folk en melancholie. In deel 31 van De Muziekbeleving Van… vertelt de sympathieke zangeres, tegenwoordig in Brighton woonachtig, over haar jeugd in Reykjavik, haar jeugdzonde, het eerste (stiekeme) concert, Spinvis en haar (muzikale) koopverslaving.

“Mijn betovergrootvader was een jazzpianist, iedereen moest thuis een piano hebben, vond hij. Dus hadden wij thuis ook een piano. Daar werd eigenlijk alleen klassiek op gespeeld. Mijn vader hield van Sinatra en draaide ook wel eens Italiaanse muziek. Met Italopop heb ik nooit wat gehad. [Emiliana imiteert met open mond pathetisch een Italiaanse zanger] Het is voor mijn gevoel allemaal hetzelfde, ik hoor het verschil niet. Maar hij luisterde ook naar volksmuziek uit Napels. Dat vond ik wél erg mooi. Oh ja, en mijn moeder had ook nog een plaat van Leonard Cohen en van Vaya Con Dios, en via de televisie had ze ‘the greatest love songs’ gekocht. Dat was alles wat we aan pop hadden.”

Torrini

Sopraan
“Op mijn zevende werd ik sopraan in een koor. Ik was muzikaal, zoveel was wel duidelijk, maar ik wilde altijd schrijver worden. [lachend:] Ik schreef op mijn vijfde al mijn eerste boeken. We zongen in het koor vooral volksmuziek uit IJsland en Finland. Mijn koorlerares heeft een enorme invloed op me gehad. We zijn nog steeds vriendinnen. Ook mijn moeder hield van IJslandse liedjes. Ze zong me vaak in slaap, al was dat vaak lachend omdat ze dacht dat ze een lelijke stem had. Af en toe zing ik nog wel eens IJslandse liedjes voor mijn Engelse vrienden. [Emiliana zet een zware stem op voor een stukje boventoonachtige zang] Kunnen ze me lekker uitlachen.”

Nachtradio
“De popmuziek heb ik helemaal zelf moeten uitvinden. Dat begon toen ik 9 of 10 jaar was; we hebben toen twee jaar in Duitsland gewoond. Ik zat elke nacht aan nachtradio gekluisterd, een soort piraat, waar alternatieve popmuziek op werd gedraaid. Ik nam bandjes op van die nachtshows en kwam er achter dat ik veel meer muziek zou kunnen zingen dan alleen volks en klassiek. Duitse vrienden namen bandjes met acid house op. Dat was even schrikken. Ik haatte die muziek, maar was er ook door gefascineerd. Dat dat muziek kon zijn!”

Satelliet

“Toen we terug gingen naar Reykjavik wilde mijn vader per se een satelliet, zodat hij Italiaanse tv kon kijken. Dus kregen we zo’n gigantisch ding op het dak. Mooie bijkomstigheid was dat we nu ook MTV hadden. Ik zag de eerste Nirvana-songs, die veel indruk maakte. De mooiste clips nam ik op videocassettes op. Ik weet nog dat ik een keer net een Nirvana-clip gemist had, en twee weken heb gewacht tot hij weer op televisie was, zodat ik die clip alsnog kon opnemen.”


Faith No More en bebop
“Pas toen ik veertien was, kon ik in Reykjavik mijn eigen platen kopen. Daarvoor was er gewoon geen platenzaak. Ik weet nog wat de eerste was: The Real Thing van Faith No More. Op elpee. [zingt hard en stoer] ‘You want it all but you can't have it!!!’. Prachtig vond ik dat. Ik heb hem nooit uit het plastic gehaald, want kort erna kocht ik de cd. In de platenzaak leerde ik allerlei nieuwe muziek kennen. Werd helemaal wild van bebop, van oude blues, jazz, Dinah Washington, Memphis Minnie, Louis Armstrong, Chet Baker, Pizzicato Five. Vooral Memphis Minnie vond ik geweldig; een schitterende, lachende vrouw met gitaar.”

Jeugdzonde
“Voor de vijftigste verjaardag van mijn vader heb ik in 1995 nog een plaat opgenomen met jazz- en bluescovers: Crouçie d’Ou là. [met nummers van onder meer Van Morrison, Memphis Minnie, Quincy Jones, The Temptations, Pizzicato Five - red] Een succes in IJsland, maar ik zie het als een jeugdzonde. Maar ik heb het mezelf inmiddels vergeven, ik was zeventien of achttien, jong en naïef.”

Strenge opvoeding
“In IJsland had je een zeer levendige bandjescultuur. Vooral trash metal was populair. Iedereen vanaf veertien jaar ging in een bandje. Uit verveling, waarschijnlijk. Je had zo veel tijd om te oefenen, er was toch niets anders te doen. Ik ben behoorlijk streng opgevoed, ik mocht als kind nergens heen van mijn ouders. Niet dat er veel was om naar toe te gaan in Reykjavik. Er kwamen bijna nooit bandjes van buitenaf optreden, dat begon pas later.”

Torrini

Stiekem concert
“Maar toen kwam Rage Against The Machine, in een gymzaal, een half uur buiten de stad. Ik was zestien of zeventien. ‘Je gaat dus echt niet’, zei mijn moeder, ‘no way!’. De dag van het concert had ik een T-shirt geschilderd met een lieveheersbeestje erop en een grote letter A. ‘s Avonds zei ik tegen mijn moeder dat ik nog even naar een vriendin ging. Maar samen met die vriendin en een paar jongens ben ik stiekem naar het concert gereden. Mijn eerste concert en meteen het meest gedenkwaardige. Ik heb het hele concert gestagedived, en zweefde over het publiek. Ik zat helemaal onder de blauwe plekken en onder de verf van het lieveheersbeestjesshirt. ‘Waar ben jíj geweest?’ vroeg mijn moeder toen ik thuis kwam. ‘Oh, gewoon, bij mijn vriendin’, zei ik. ‘Oh ja, en wie was dan dat lieveheersbeestje op tv?’, zei mijn moeder. Bleek dat het hele concert live op tv was geweest… Ze was enorm boos.”

Overvoerd
“Tegenwoordig luister ik naar hiphop en trash metal, naar bluegrass en klassiek. En alles wat daar tussenin zit. Behalve naar mijn eigen muziek. Als ik zelf een plaat gemaakt heb, luister ik daar de eerste jaren niet meer naar. Anders ga ik me meteen afvragen ‘waarom heb ik het niet zus en zo gedaan, dat was veel beter geweest.’ Maar ik word vaak ook overvoerd door muziek. Zeker als ik in een ‘writing mood’ ben, zoals nu, dan kan ik eigenlijk weinig muziek hebben. Ik ben al niet zo’n schrijver. Als mijn vriend dan muziek draait, vraag ik hem soms zelfs om het af te zetten. Mijn hoofd zit te vol. Muziek moet bijzonder blijven. Eén keer per week ‘s avonds op de bank, met een goede fles wijn erbij.”


Airviool
“Of om te dollen in de tourbus. In de bus draaien we soms heel lomp. Zoals laatst AC/DC, keihard. We waren nogal dronken en probeerde airgitaar te spelen op Thunder. Vrij lastig hoor! Of we draaien bluegrass of Dolly Parton. Dan doe ik de airbanjo en een van mijn bandleden de airviool. Dat is ook moeilijk hoor, moet je maar ’s proberen!”

Platenzaken
“Ik koop veel muziek, heb net weer een hele stapel gekocht hier in Amsterdam. The Martha Argerich Collection, mijn favoriete pianiste uit Argentinië. En Midlake heb ik gekocht, echt een nieuwe ontdekking, een beetje Fleetwood Mac-achtig. En Fleet Foxes en iets van Serge Gainsbourg. Ik hou gewoon van kopen en van rondstruinen in platenzaken. Ik heb ook nog een plaat met van die dramatische gipsyviolen gekocht. Maar wel échte violen. Dat komt heel nauw voor mij. Violen worden te pas en te onpas ingezet om een bepaalde sfeer te creëren. Je wordt verplicht om in een bepaalde mood te komen. Daar hou ik niet. Violen zijn een delicate kwestie.”

Spinvis
“Ook heb ik een cd van Spinvis gekocht, met dat cassettebandje op de hoes. ‘Wat is goede Nederlandse muziek?’ vroeg ik de jongen in de platenzaak, hier in Amsterdam. Toen kreeg ik dit. Ik stuur hem op naar mijn moeder in IJsland, als een soort postkaart. In elk land waar ik ben koop ik een goede cd en stuur ik hem als een kaart op naar mijn moeder. Dan hoor ik later wel of de cd mooi was.”

Muse-fans
“Mijn moeder is pas vijftig en heeft tegenwoordig een hele goede muzieksmaak. Net als mijn stiefvader, die in de zestig is. Mijn moeder stiefvader zijn de grootste Muse-fans ter wereld. Mijn stiefvader is drummer en speelt in een band. Elke week repeteren ze thuis. Drinken ze rode wijn en hebben ze van die psychedelische jams. Zo schattig.”

Rust
“Ik ga zelf niet vaak meer naar concerten. Soms in kleine zaaltjes in Brighton, waar ik laatst The Hat heb gezien, een heel leuk bandje uit Brighton. Ik hou ervan om naar bandjes te staren, een heel concert lang. Maar ik kan meestal niks zien, letterlijk, want ik ben gewoon te klein. Ik zoek de laatste tijd steeds vaker de rust op, merk ik. Ik heb een tijdlang bewust geen iPod, telefoon, internet en tv gehad. Heerlijk! Alsof een dag twee keer zo lang duurt. [lachend] Helaas werd dat op den duur toch wat te onhandig voor mijn vrienden, bandleden en tourmanager.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op HiFi.nl


Laatst aangepast op maandag, 17 juni 2013 09:26
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Laatste CD Reviews

  • Jessie Ware
  • Tough Love
  • Barbra Streisand
  • Partners
  • Sinéad O'Connor
  • I'm Not Bossy, I'm The Boss
  • Adam Cohen
  • We Go Home
  • Joe Bonamassa
  • Different Shades Of Blue
  • Volg ons ook op:

    FacebookTwitter