17 apr

interview: John Oates

Er zullen maar weinig gerespecteerde Amerikaanse artiesten zijn die graag op één hoop gegooid willen worden met acts als N’Sync en de Backstreet Boys. Maar wat zegt het legendarische blanke soulduo Hall & Oates? “Goed beschouwd waren wij de eerste boyband ter wereld.” Aanstaande zondag komt John Oates met zijn nieuwe soloalbum Mississippi Mile voor een eenmalig concert naar De Boerderij in Zoetermeer. Wij spraken met hem.

Domineerde Paul Simon de verlegen Art Garfunkel? Heeft Ferdi Bolland achter de schermen meer te zeggen dan zijn broer Rob? De geheimen der popduo’s laten zich soms maar moeilijk ontrafelen. Behalve bij Hall & Oates: toen het duo eind jaren zeventig voor het eerst op de Nederlandse televisie verscheen, was het voor iedereen zonneklaar dat die kleine met de zwarte krullen en dikke snor naar de pijpen danste van die knappe, blonde slungel.

Even voor alle duidelijkheid: die kleine is John Oates, de grote luistert naar de naam Daryl Hall. Het tweetal scoorde in de jaren zeventig en tachtig grote hits met songs zoals I Can’t Go For That, Maneater, Out Of Touch, Adult Education en het bloedmooie She’s Gone. Eind jaren tachtig verdwenen ze uit de schijnwerpers, maar pakweg 8 jaar terug lieten Hall & Oates weer van zich horen. Met het aanstaande optreden is er alle reden om eens bij te kletsen met Oates, de meest toegankelijke van het duo.

Een paar jaar terug zei Hall nog het volgende tegen mij. “Natuurlijk luister ik naar John, maar uiteindelijk ben ik de man die beslist welke song er op een album komt. Ik schrijf ze immers bijna allemaal zelf en zing ze ook.” Het duo was vreselijk populair tot begin jaren 90. Opeens was het gedaan met de pret. Het had blijkbaar alles te maken met de tijdsgeest. Grunge kwam op en Hall & Oates waren in de Amerikaanse media vaak het mikpunt van spot. Maar volgens John Oates was er ook een andere reden. “Tot aan dat moment vormden wij samen met onze manager Tommy Mottola een drie-eenheid. Toen hij ons verliet om carrière te maken als platenbaas [bij Sony], zakte de grond onder onze voeten weg. Wij hadden zakelijk altijd blind gevaren op de adviezen van Tommy en opeens was hij verdwenen.”

Na de flop van het album Ooh Yeah maakte het duo nog twee studioplaten, Change Of Season (‘90) en Marigold Sky (‘97), maar ook die belandden een paar maanden na de release in de koopjesbakken. Daarom staat John Oates er nu zo van te kijken dat hun cd Do It For Love in 2003 opeens zoveel aandacht kreeg. “Dat was  echt een verrassing. Maar soms is de wereld met je en soms tegen je. Eind jaren tachtig hadden wij alles tegen. Nu mensen als John Mayer en Norah Jones succes hebben met inhoudelijk sterke songs en een goede melodie, blijkt er opeens ook weer ruimte voor ons te ontstaan. Wat dat betreft is de muziekwereld nogal onrechtvaardig en onvoorspelbaar.”

Oates kan het maar moeilijk verkroppen dat het duo tot begin 2000 geen voet meer aan de grond kreeg. Hall blijft er heel wat rustiger onder. “Ach, ik maakte met mijn bandje Gulliver al in 1967 mijn eerste plaat. Ik ken dan ook alle gradaties van populariteit. Ik was ooit een beetje beroemd, daarna erg beroemd en er waren zelfs jaren bij dat ik werd gezien als een echte popster. Ook waren we het ene jaar volgens de muziekcritici erg credible, terwijl ze ons een jaar later weer als commerciële lichtgewichten kwalificeerden. Kijk maar eens naar onze discografie, die zegt genoeg.”

Voor mensen die opgroeiden in de jaren tachtig mogen Hall & Oates dan in het geheugen gegrift staan als de makers van inhoudsloze hits, in de jaren zeventig maakten de twee een serie albums die wel degelijk een hoop experimentele muziek bevatten. Oates: “Op platen als Abandoned Luncheonette [‘73] en War Babies [’74, met producer Todd Rundgren] waren wij bezig met een zoektocht die uiteindelijk naar de sound leidde die ons zo succesvol heeft gemaakt. Daartussen zitten ook heel veel uitglijders, maar die hadden wij blijkbaar nodig om het niveau van albums als Private Eyes [‘81] en H2O [‘82] te bereiken.”

Dat zijn dan ook de platen waarmee het duo begin jaren tachtig wereldwijd scoorde. En dat succes is iets waar Oates blijkbaar nog steeds een grenzenloos zelfvertrouwen uit put.” Hij gaat verder.  “Daryl en ik creëerde een voor iedereen herkenbare sound die ons deelgenoot maakte van de klassieke Philly-school. De hele wereld denkt dat Kenny Gamble en Leon Huff samen met Thom Bell verantwoordelijk zijn voor de Philly-sound. Maar wij komen óók uit Philadelphia. Wij gebruikten de invloeden uit onze stad alleen op een andere manier. Wat ons met elkaar verbind is de aanwezigheid van melodieën en het gebruik van goede zangers. De Philly-sound is volgens mij de belangrijkste stroming uit in de Amerikaanse popmuziek van de twintigtse eeuw. Nog belangrijker dan Motown. Kijk maar de huidige lichting r&b-acts: wat zij doen is hetzelfde als wat The Stylistics and The Delphonics deden. Dat waren allemaal zwarte jongens, Daryl en ik waren de eerste blanken die meededen. Zonder ons hadden The Backstreet Boys en N’Sync dus waarschijnlijk niet eens bestaan. Als je het zo bekijkt waren wij dus inderdaad de eerste boyband. Haha, denk daar maar eens over na.”

John Oates speelt a.s. zondag 22 april in De Boerderij in Zoetermeer. Voor kaarten, ga naar: www.cultuurpodiumboerderij.nl

 

 

Laatst aangepast op maandag, 14 mei 2012 10:55
Beoordeel dit item
(1 Stem)
Jean Paul Heck

Hoofdredacteur Muziek.NL
Leeftijd: 47
Favoriete genres/specialiteiten: Classic rock

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Laatste CD Reviews

  • Barbra Streisand
  • Partners
  • Sinéad O'Connor
  • I'm Not Bossy, I'm The Boss
  • Adam Cohen
  • We Go Home
  • Joe Bonamassa
  • Different Shades Of Blue
  • Interpol
  • El Pintor
  • Volg ons ook op:

    FacebookTwitter