
Zijn afkeer tegen onmogelijke mensen is tevens een logisch afweermechanisme van Moore. Die maakte in zijn toch al bijna 40 jaar durende carrière echter zelf ook nogal wat rare bokkensprongen. Dat begon toen hij in het drankorgel Brian Robertson bij de rockband Thin Lizzy verving. Moore kwam niet alleen maar zette met ijzeren hand de band van de charismatische leider Phil Lynott naar zijn hand. ,,Thin Lizzy was live misschien wel de beste band ter wereld. Ooit hadden ze zelfs Queen weggespeeld toen ze in hun voorprogramma stonden. Maar ik wist hoe ze betere platen konden maken.” Na een reeks verbale en zelfs fysieke ruzies met Lynott, stapte Moore al na één cd midden in een tour op. Toen hij daarna op het solopad ging, kwam het succes ook al snel. Zijn hardrock was anders en had duidelijk een Ierse traditie. ,,Wat dat betreft heb ik bij Thin Lizzy veel geleerd en de rockalbums die ik in de jaren tachtig maakte, zijn mij tot op zekere hoogte nog altijd dierbaar.” Maar eerlijk gezegd heeft More zichzelf nooit een echte Britse exponent van de hardrock gevonden. ,,Bands zoals Judas Priest en AC/DC waren veel beter in het spelen van hardrock. Zij hadden ook de juiste attitude. Maar het was zo logisch om na Thin Lizzy de hardrockhoek in te duiken. Daar zaten de fans die mij kende en waaraan ik mijn platencontract verdiende.” Het leverde hem hits op zoals Out In The Fields (duet met Lynott) en Over The Hills And Far Away. ,,Als je goed naar die platen luistert, dan hoor je dat ik al langzaam richting de blues aan het opschuiven was. Maar ik had met mijn gitaar het maximale in de rock bereikt. Ik was een gitaarheld en speelde voor uitverkochte zalen vol doldwaze fans in spijkerbroek en leren jack. Als gitarist was ik echter zoekende.”

Wrang genoeg is dat aartsvijand en tevens boezemvriend Lynott de Ier op het bluespad bracht. ,,Net voor zijn dood was Phil Lynott milder dan ooit. Hij vroeg mij zelfs of hij als bassist mee op tournee mocht. Knettergek natuurlijk. Hij is misschien wel de grootste rockartiest en beste poëet die de Ierse muziek heeft voortgebracht. Met Thin Lizzy maakte hij rock maar eigenlijk lag zijn stijl veel dichter aan tegen die van een Nick Drake of Bob Dylan. Telkens verzekerde hij mij: ‘Gary, ga nou gewoon blues spelen. Daar ben je pas echt goed in.” Moore nam na de dood van Lynott die in 1986 stierf aan de gevolgen van zijn wilde levensstijl, diens woorden ter harte. Het resulteerde in 1990 uiteindelijk in het album Still Got The Blues met daarop het befaamde titelnummer. Het werkstuk werd wereldwijd een gigantisch succes, al walgden zijn rockfans van het resultaat. ,,Ik had geen zin meer om mij aan de Morres van de rock aan te passen. Blues was mijn passie, mijn Heilige Graal. Op die plaat waren mijn helden Albert King en George Harrison te gast en van hen kreeg ik gemeende schouderklopjes. Dat en het succes motiveerde mij om op die voet verder te gaan.” Het leverde de laatste achttien jaar een reeks uitstekende bluesalbums op waarbij de rock nog altijd regelmatig aanklopt. De nu 58-jarige gitaarheld denkt nog jaren door te kunnen. ,,Blues leren spelen is een levenslang durend project. Het is nooit af.”

