Uit de duisternis verschijnt de tengere gestalte van Rice. Zijn bohemien voorkomen, het rossige baardje en alleen de gitaar in zijn hand doen bekend aan. De zaal verstomd onmiddellijk als Rice bij de microfoon is aangekomen en zich opmaakt voor het eerste nummer. Gespannen wacht de zaal op de eerste noten…. The Professor & La Fille Danse (B-kantje). Gejuich barst los, de zanger heeft niks ingeboet op stemgeluid.
Rice gaat direct verder met Delicate en I Remember. Geen band achter hem, alleen gitaar en zijn stem. De liedjes lenen zich ervoor, de ruimte eigenlijk niet. Deze muziek vraagt om een kleine schemerige omgeving, eenzaamheid, een fles wijn en een doos tissues. Als een slangenbezweerder bedwingt Rice de 2000 bezoekers in de uitpuilende tent van Gent Jazz. Wie achterin durft te praten, wordt van alle kanten direct tot stilte gemaand met een strenge ‘Ssssst!’.
Zijn grootste hit 9 Crimes dient als de lakmoesproef. Zonder strijkers en ook zonder het fragiele stemgeluid van Lisa Hannigan - die zo onmisbaar leek te zijn in dit nummer – overtuigt Rice het publiek dat hij echt alles aankan wat hij schrijft. Het zal een voorbode blijken te zijn van wat gaat komen. Als hij later Leonard Cohen’s Hallelujah inzet, beginnen de tranen te rollen bij het publiek. Overal in de zaal houden mensen elkaar vast. Knuffelende stelletjes, maar ook vrienden die diep geroerd zich tegen de ander aan vleien.
Dan ineens verrast Rice iedereen door zijn gitaar uit te pluggen en volledig akoestisch Cannonbal te spelen. Achterin de zaal is het moeilijk te horen, maar zijn toeschouwers laten hem niet vallen. Het wordt stiller dan ooit en Rice speelt onverstoord door. Buiten plenst de regen neer, straaltjes water lopen van de tent naar beneden. Het past bij de setting. Hoe intiem kan een grote zaal zijn? Zijn lef wordt beloond, een daverend applaus na afloop valt hem ten deel.
‘And so it is…’, zingt Rice kwetsbaar als hij zijn allerlaatste nummer inzet. Het melodramatische The Blowers Daughter geldt als de doorbraak van Rice, toen het in elf jaar geleden als soundtrack van de film Closer was te horen. Het gemis van de cellotonen en de engelachtige zang van Hannigan maken dat deze liveversie inboet aan zwaarte. Maar Rice houdt zich staande. Zijn vermogen om net de juiste snaar te raken, maakt dat evengoed geen schande is om de track te vertolken. Verre van dat zelfs. Het nummer mag dan minder hard inbeuken op je emoties, het is en blijft de enige denkbare afsluiter.


