De introsong in de vorm van Massive Attack’s Splitting The Atom kwam al drie keer luider en duidelijker uit de speakers. Het zou de opmaat worden voor een gedenkwaardig avondje waarbij het heerschap Rose als grote winnaar uit de bus kwam rollen. De aankleding van het podium werd gevormd door vier grote videoschermen in de vorm van Chinese banieren met daarop ondermeer verwrongen beelden van Mao Zedong. Leuk natuurlijk, maar het draait om de inhoud. In Rotterdam stelde Rose in de setlijst zijn laatste album Chinese Democracy centraal, zonder dat het echt irritant werd. De op machinale technorock geïnspireerde nummers van deze wat wisselvalige plaat krijgen live wel de juiste behandeling en sluiten daardoor behoorlijk naadloos aan bij het oude werk van Guns ‘N’ Roses.
Dat Rose en de zijnen zich nog altijd ouderwets bedienen van veel bommen en granaten en soms te lange solospots, was gisteravond niet een spelbreker. Het bizar hoge spelpeil van de huidige bezetting en een Rose die elke ouderwetse gil en schreeuw tot in perfectie uitvoerde, maakte eigenlijk alles goed. Dat het snor zat, werd wel duidelijk bij de tweede song Welcome To The Jungle . Rose paradeerde over het podium zoals in zijn beste dagen. De dit jaar 50 jaar geworden vocalist, zakte in het uur dat er op volgde geen moment in. Gesteund door drie gitaristen (Ron ‘Bumblefoot; Thai, DJ Ashba en Richard Fortus), een hard maar tevens swingende spelen drummer (Frank Ferrer) en een tegen de punk aanleunende bassist (Tommy Stinson) gaven de sound net de scherpte maar tevens ook de perfectie die ervoor zorgde dat de oude rommelige stijl van Guns ‘N’ Roses bij vlagen werd vergeten.
Goed, de aankleding is typisch Sunset Boulevard, Los Angeles. Veel tatoeages, veel opzwepende gebaren en muzikanten die duidelijk door een designer in de kleren zijn gestoken. Maar eigenlijk is Guns ‘N’ Roses altijd een band geweest met een nauwkeurig uitgezette imagostrategie. Dat de songs van vroeger historische waarden hebben, werd in de ruim twee uur durende show met verve bewezen. Oudegediende Dizzy Reed mocht zich eerst warm spelen in een werkelijk subliem gespeelde versie van Estranged en daarna in een instrumentale bewerking van The Who’s Baba O’ Riley. Het was ook het moment dat Rose vaker van het podium stapte om bij te tanken en de vaart er een klein beetje uitging. Maar de band herpakte zich met het filmhitje You Could Be Mine. Het was het startschot voor een fenomenaal slotakkoord waarbij Pink Floyd’s Another Brick in th Wall ll Pt.2 behaaglijk aanschoof als intro voor de grand finale. In slagorde kwamen daarna de Guns ‘N’ Roses-krakers voorbij. Don’t Cry, Civil War, Patience en tenslotte het platgespeelde maar altijd nog overrompelende Paradise City.
Dit verrassend sterke optreden, gaf ook meteen antwoord op de vraag of de wereld nog zit te wachten op een comeback van de klassieke line up. Aan de ene kant is dit huidige Guns ‘N’ Roses van een aanmerkelijk beter muzikaal niveau dan de Mark 1 bezetting. Maar in Rotterdam bewees Axl Rose ook meteen dat er nog weinig sleet op zijn stem zit. Vanuit die optiek hoop je stiekem toch dat hij en Slash elkaar in de nabije toekomst vinden om weer een handvol echte nieuw GNR-klassiekers te pennen. De gitarist is overigens aanstaande zondag aan het woord in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Daar staat hij immers met zijn nieuwe band op het podium.
beoordeling: **** sterren
Guns 'N' Roses & Rival Sons: gezien en gehoord, gisteravond in Ahoy in Rotterdam


