Childhood’s End heeft namelijk weer een omslag betekend in de spelstijl van Ulver. Verrastte de band afgelopen jaar nog met het prima album War Of The Roses, is er op Childhood’s End een –wellicht éénmalige- omslag te beluisteren. Die de band goed bekomt, moet ik wel zeggen. Hoewel ze hierin niet origineel zijn heeft de band gekozen voor een verzamelabum met covers uit de progressieve/ psychedelische muziekstijl uit de zestiger jaren. De hoes kan je wellicht iets op het verkeerde been zetten, de afbeelding is namelijk een deel van de in ’72 met een Pulitzerprijs beloonde beroemde persfoto van Nick Ut, waarop een jongen en een naakt jong meisje wegrent voor een Amerikaanse luchtaanval met napalmbommen. Schokkend beeld, nog steeds.
Nee, Ulver klinkt niet zo duister op dit album. De bandleden die ooit gewend waren om echte black-metal ten gehore te brengen hebben zich sinds het begin van dit millennium bekwaamd in fijne elektrorockmuziek met veel drone- en noise-invloeden. Van al dat duisters is op Childhood’s End weinig merkbaar, hoewel het geluid van Ulver – met veel synths en zwaarder klinkende gitaren- onmiskenbaar is gebleven. Maar saai of voorspelbaar is het album niet. Bij vlagen hoor ik muziek die gemaakt had kunnen worden door Alex Turner en Miles Kane in hun project The Last Shadow Puppets, hoewel Ulver meer sferisch te werk gaat. En dan klinken tracks als Bracelets Of Fingers (van The Pretty Things), Everybody’s Been Burned (The Byrds), het fijne 66-5-4-3-2-1 van The Troggs of Where Is Yesterday van United States Of America vernieuwend en mooi psychedelisch uitgevoerd. Ook de productie is in redelijk orde, hoewel de dynamiek niet voorbeeldig is. Eigenlijk is Childhood’s End met gemak te determineren als een fijne zomerse plaat met een flinke knipoog naar een bewogen verleden. Ik verwacht geen opvolger in dezelfde stijl van Ulver, maar de afwisseling is best geslaagd.
Label: Kscope
Speelduur: 53:51 minuten


