Neil Young blijft een aparte. Op zijn platen lijkt hij er soms van alles aan te doen om zowel zijn fans als de platenmaatschappijen op stang te jagen. Maar als hij zich op werk van anderen stort, doet onze Neil opeens niet moeilijk. Dit is een man die niet aan de wereld wil laten zien hoe eclectisch zijn platenverzameling is of wat voor bijzondere eigen ontdekkingen hij de laatste tijd heeft gedaan. Nee, Young pakt gewoon songs die bijna iedereen kent en geeft ze een eigen twist. In zijn geval kan dat ook want op Americana geeft hij zelfs een inkoppertjes zoals Oh Susannah, Coming Round The Mountain en Clementine een wasbeurt. Leuk? Ach, zeker wel. Het zijn immers songs die deel uitmaken van ons collectieve DNA. Liedjes die je zingt als je het gras maait of in de auto naar je schoonmoeder rijdt. Maar het zijn ook nummers die de oergevoelens van de mens bloodleggen. Liedjes over werkeloosheid, verlies, moord en vertrouwen. Vanuit die optiek is Americana dan ook een soort van conceptplaat. Eentje met oude variaties die in de hedendaagse wereld vol problemen harder aankomen dan pakweg 20 jaar terug. Samen met Crazy Horse klinkt Young al snel als een grungeartiest en dat is in dit geval geen enkel probleem. Soms lijkt het wel alsof de tracks in één take zijn opgenomen maar bij Young twijfel je immer of dit deel uitmaakt van zijn masterplan. Luister maar eens naar de Get A Job, een standaard uit de jaren 50 van The Silhouettes of zijn bewerking van Dylan’s Death Is Not The End. De identiteit van Americana krijg het duidelijkst vorm in Young’s versie van het meest gekoesterde Engelse erfgoed, het Engelse volkslied God Save The Queen. Hiermee zegt hij eigenlijk dat niks heilig is en dat je jezelf elke song kunt toe-eigenen. Dat is nu juist precies wat hij hier doet.
Label: Reprise/Warner Music
Meer informatie: www.neilyoung.com



